ECLI:NL:RBLEE:2006:AY7448
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- P. Schulting
- Rechtspraak.nl
Geen arbeidsovereenkomst tussen ondernemer en opdrachtgever bij watersportbedrijf
In deze zaak stond centraal of tussen eiser en gedaagde sprake was van een arbeidsovereenkomst. Eiser had werkzaamheden verricht voor het watersportbedrijf van gedaagde en stelde dat hij als werknemer onder gezag werkte tegen een afgesproken uurloon. Gedaagde betwistte dit en stelde dat eiser als zelfstandige zonder personeel werkte en facturen stuurde.
De rechtbank stelde vast dat eiser facturen met BTW stuurde en dat er geen concrete aanwijzingen waren voor een gezagsverhouding. Eiser kon zijn stellingen omtrent het aantal gewerkte uren en het overeengekomen loon niet voldoende onderbouwen. De kantonrechter oordeelde dat de elementen loon en gezag, essentieel voor een arbeidsovereenkomst, ontbraken.
Daarom werd de vordering van eiser op basis van een arbeidsovereenkomst afgewezen. Wel erkende de rechtbank dat er een overeenkomst van opdracht bestond, maar ook de omvang en vergoeding daarvan waren onvoldoende aannemelijk gemaakt door eiser. De vordering werd afgewezen en eiser werd veroordeeld tot betaling van een bedrag aan gedaagde, met wettelijke rente en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat geen arbeidsovereenkomst bestond en wijst de vorderingen van eiser af, terwijl eiser veroordeeld wordt tot betaling aan gedaagde.