ECLI:NL:RBLEE:2005:AU5919

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
10 november 2005
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
17/947140-03 TBS
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 38c SrArt. 38d SrArt. 38e SrArt. 553 SvArt. 562 Sv
Verwijzingen
6 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging terbeschikkingstelling met dwangverpleging wegens blijvende delictgevaarlijkheid

De veroordeelde is bij vonnis van 28 oktober 2003 ter beschikking gesteld onder voorwaarden en later op 25 augustus 2004 is deze maatregel gewijzigd in terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Sinds die wijziging heeft de veroordeelde als passant in een huis van bewaring verbleven, wat de rechtbank verontrust vanwege de ongeschikte uitvoering van de maatregel.

De officier van justitie vordert verlenging van de terbeschikkingstelling met twee jaar. De rechtbank baseert haar oordeel op een advies van het Forensisch Psychiatrisch Centrum Veldzicht, waarin wordt gesteld dat de delictgevaarlijkheid van de veroordeelde nog steeds aanwezig is en de psychische problematiek onveranderd is.

Hoewel de diagnose beperkt is en een volledig behandelingsplan ontbreekt, acht de rechtbank verlenging noodzakelijk maar beperkt deze tot één jaar met een tussentijdse toetsing. De rechtbank benadrukt het belang van een spoedige start van de verpleging en spreekt haar bezorgdheid uit over de huidige situatie waarin de veroordeelde als passant wordt vastgehouden.

Uitkomst: De rechtbank verlengt de terbeschikkingstelling met dwangverpleging met één jaar en beveelt een tussentijdse toetsing.

Uitspraak

Rechtbank Leeuwarden
Sector strafrecht
VERLENGING TERBESCHIKKINGSTELLING
Uitspraak: 10 november 2005
Parketnummer: 17/047140-03
BESLISSING van de rechtbank te Leeuwarden, meervoudige kamer voor de behandeling van strafzaken, op de vordering van de officier van justitie in het arrondissement Leeuwarden tegen:
[veroordeelde],
geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats],
thans verblijvende P.I. De Grittenborgh te Hoogeveen.
PROCESGANG
De officier van justitie heeft schriftelijk gevorderd dat de rechtbank de termijn van terbeschikkingstelling van de veroordeelde zal verlengen met twee jaren.
De behandeling heeft plaatsgevonden op 31 oktober 2005, waarbij aanwezig waren de veroordeelde, diens raadsman mr. W. Anker, de officier van justitie en drs. [naam] als getuige-deskundige.
OVERWEGINGEN
Veroordeelde is bij vonnis van deze rechtbank van 28 oktober 2003 veroordeeld tot terbeschikkingstelling onder voorwaarden. Op 23 juli 2004 is veroordeelde aangehouden en heeft de officier van justitie een vordering gedaan ex artikel 38c van het Wetboek van Strafrecht (een vordering tot het verlenen van een voorlopig bevel tot verpleging).
Bij beslissing van 25 augustus 2004 is de terbeschikkingstelling met voorwaarden gewijzigd in een terbeschikkingstelling met dwangverpleging.
In die beslissing heeft de rechtbank, gelet op de inspanningen die reeds in het kader van de eerdere terbeschikkingstelling met voorwaarden en het daaraan voorgegane behandelingstraject zijn verricht, geadviseerd "dat de plaatsing van veroordeelde in een inrichting voor terbeschikkinggestelden zo spoedig mogelijk zal worden tenuitvoergelegd".
De rechtbank stelt vast dat aan dit advies geen gevolg is gegeven en stelt tevens vast dat - hoewel de artikelen 553 en 562 van het Wetboek van Strafvordering geen imperatieve termijnen voorschrijven - de aard van de opgelegde maatregel met zich meebrengt dat op korte termijn - zeker als dit door de rechtbank in haar beslissing nogmaals wordt benadrukt - een aanvang dient te worden gemaakt met de verpleging.
De rechtbank heeft ter zitting vernomen dat de verpleging mogelijk een aanvang zal nemen in december 2005.
Dat betekent dat veroordeelde van 25 augustus 2004 tot - naar verwachting - december 2005 als passant in een huis van bewaring ingesloten is geweest. De rechtbank spreekt haar verontrusting uit over deze wijze van tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen.
De tijd die veroordeelde als "passant" heeft doorgebracht kan als straf in de vorm van detentie worden beschouwd en dat verdraagt zich niet met het karakter van de maatregel zoals die door de rechtbank is opgelegd.
Heden wordt de rechtbank geconfronteerd met een formele vordering tot verlenging van de ter beschikkingstelling met dwangverpleging voor een periode van twee jaar. Feitelijk wordt gevraagd de status van veroordeelde als "passant" te bevestigen. Nu de behandeling vooralsnog niet is aangevangen kan immers niets worden gezegd over de wenselijkheid van het verlengen van de ter beschikkingstelling op basis van bevindingen in het kader van die behandeling.
DE GRONDEN
De rechtbank heeft kennisgenomen van het verlengingsadvies d.d. 27 september 2005 van het Forensisch Psychiatrisch Centrum Veldzicht. Op basis van met veroordeelde gevoerde gesprekken door twee deskundigen, van wie drs. [naam] ook ter zitting is gehoord, komt de inrichting tot het advies de terbeschikkingstelling te verlengen voor de duur van twee jaar.
De rechtbank is op grond van het uitgebrachte advies en het verhandelde ter zitting van oordeel dat de delictgevaarlijkheid ook thans nog van dien aard is dat de veiligheid van anderen en de algemene veiligheid van personen een voortzetting van de terbeschikkingstelling vereisen nu de psychische problematiek die ten grondslag lag aan de door veroordeelde gepleegde delicten nog (onveranderd) aanwezig is.
De rechtbank is weliswaar van oordeel dat gelet op de noodgedwongen beperkte diagnose en daaruit voortvloeiend het nog ontbreken van een behandelingsplan een verlenging voor de duur van twee jaar wellicht noodzakelijk is. De rechtbank acht het echter in het kader van de hiervoor geschetste gang van zaken wenselijk dat na één jaar wordt getoetst wat de vorderingen zijn inzake de verpleging van veroordeelde.
De rechtbank heeft gelet op de artikelen 38d en 38e van het Wetboek van Strafrecht.
DE BESLISSING
De rechtbank verlengt de termijn gedurende welke [veroordeelde] voornoemd ter beschikking is gesteld met één jaar.
Deze beslissing is gegeven door mr. J.J. Beswerda, voorzitter, mr. P.G. Wijtsma en mr. L.A.D. Lindenbergh, rechters, bijgestaan door H. Pool, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 november 2005.
Mr. Beswerda is buiten staat deze beslissing mede te ondertekenen.