ECLI:NL:RBLEE:2002:AD8787
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Schijn van partijdigheid bij adviescommissie in bezwaarprocedure tegen weigering openbaarmaking privé-adressen
Eiser verzocht om openbaarmaking van namen en privé-adressen van alle leden van de Commissie voor bezwaar- en beroepschriften. Verweerder weigerde dit op grond van de Wet Openbaarheid van Bestuur (WOB), met het argument dat verstrekking de persoonlijke levenssfeer zou schenden. Eiser maakte bezwaar tegen deze weigering, dat ongegrond werd verklaard.
De rechtbank stelde vast dat de Commissie, die het bestreden besluit voorbereidde en adviseerde, betrokken leden bevatte die het advies uitbrachten, waardoor de schijn van partijdigheid ontstond. Dit is in strijd met artikel 2:4 lid 1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en artikel 12 van Pro de Verordening behandeling bezwaar- en beroepschriften, die onpartijdigheid voorschrijven.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond voor zover het de ongegrondverklaring van het bezwaar van 15 februari 2000 betrof, vernietigde het bestreden besluit voor dat onderdeel en bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd het door eiser betaalde griffierecht terugbetaald. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar van 7 februari 2000 werd niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het bestreden besluit is vernietigd wegens schijn van partijdigheid en verweerder moet een nieuw besluit nemen.