ECLI:NL:RBLEE:2001:AB0863
Rechtbank Leeuwarden
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bouwvergunning wegens strijd met Wet op de Ruimtelijke Ordening en onvoldoende planologisch kader
De zaak betreft een geschil over de verlening van een bouwvergunning en vrijstelling op grond van art. 19 van Pro de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) voor de vestiging van een agrarisch bedrijf op een perceel waar het bestemmingsplan dit niet toestaat. Verzoekster betoogde dat het bouwplan een aanzienlijke inbreuk maakte op het geldende planologische regime en dat het milieuconvenant onvoldoende waarborgen bood voor het beheer en onderhoud van het gebied.
De rechtbank oordeelde dat de belangen van verzoekster bij de ruilverkaveling onvoldoende concreet waren om de vrijstelling te weigeren, maar dat verweerder niet in redelijkheid gebruik had kunnen maken van zijn vrijstellingsbevoegdheid op grond van art. 19 WRO Pro. Het milieuconvenant voldeed niet aan de eisen van de Uitvoeringsregeling ammoniak en veehouderij, met name ontbraken duidelijke waarborgen voor continuïteit van beheer en onderhoud.
Gelet hierop werd het bestreden besluit vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe beslissing te nemen. Tevens werd het primaire besluit geschorst tot twee weken na bekendmaking van de nieuwe beslissing. Verweerder werd veroordeeld tot terugbetaling van griffierecht en betaling van proceskosten aan verzoekster.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlening van de bouwvergunning en vrijstelling ex art. 19 WRO wordt vernietigd en het primaire besluit geschorst.