ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5737

Rechtbank Leeuwarden

Datum uitspraak
3 mei 2000
Publicatiedatum
4 april 2013
Zaaknummer
17/090198-99.
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 Wet personenvervoerArt. 2 lid 2 Wet personenvervoerArt. 3 onder g Besluit personenvervoerArt. 2 lid f Uitvoeringsbesluit Autovervoer Personen 1939Art. 53 lid 1 Wet personenvervoer
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken vergunningplicht voor historisch busvervoer zonder commerciële vergoeding

De verdachte werd vervolgd wegens het verrichten van besloten busvervoer zonder vergunning, in strijd met artikel 5 van Pro de Wet personenvervoer (WP). Het betrof vervoer van hotelgasten van en naar de veerboot met een historische Bedford bus uit 1953.

De verdediging voerde aan dat het vervoer viel onder de uitzonderingsbepaling van artikel 2, lid 2 WP juncto artikel 3, onder g, van het Besluit personenvervoer, omdat de bus deel uitmaakt van een historische verzameling en het vervoer niet commercieel van aard is. De verdachte vroeg geen vergoeding voor het vervoer en het was een nevenactiviteit naast de hoofdactiviteit van het hotel.

De economische politierechter oordeelde dat de bus inderdaad als onderdeel van een historische verzameling wordt gebruikt en dat het vervoer niet commercieel was, mede gelet op de wetsgeschiedenis waarin nevenactiviteiten ten behoeve van een hoofdactiviteit die niet uit vervoer bestaat, niet als commercieel vervoer worden beschouwd.

Daarom werd verklaard dat de ten laste gelegde feiten niet bewezen zijn en werd verdachte vrijgesproken van de tenlastelegging.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat het vervoer met de historische bus zonder vergoeding en als nevenactiviteit plaatsvond, waardoor geen vergunningplicht bestond.

Uitspraak

ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE LEEUWARDEN
VONNIS
Uitspraak d.d.: 3 mei 2000.
Parketnummer: 17/090198-99.
VONNIS van de economische politierechter voor de behandeling van strafzaken, in de zaak van het openbaar ministerie tegen de verdachte:
[naam verdachte].,
gevestigd te [woonplaats],
[adres].
De economische politierechter heeft gelet op het ter terechtzitting gehouden onderzoek van 20 april 2000.
De verdachte is verschenen in de persoon van haar vertegenwoordiger J.L.K. Fischer.
TELASTELEGGING:
Aan dit vonnis is een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van de dagvaarding gehecht, waaruit de inhoud van de telastelegging geacht moet worden hier te zijn overgenomen.
GEVOERDE VERWEREN:
Ingevolge artikel 5 van Pro de Wet personenvervoer (: WP) is het verboden besloten busvervoer te verrichten zonder een daartoe strekkende vergunning.
Artikel 2, lid 2 van de WP juncto artikel 3, onder g, van het Besluit personenvervoer (: Besluit) bepaalt dat voornoemde wet niet van toepassing is op vervoer met vervoermiddelen die in gebruik zijn als onderdeel van een historische verzameling, voor zover het niet commercieel van aard is dan wel een geringe weerslag heeft op de vervoermarkt.
In de toelichting op artikel 3, onder g, van het Besluit staat vermeld dat tot deze uitzonderingsbepaling gerekend kan worden het vervoer met auto’s of bussen van historische merken of modellen, de zogenaamde oldtimers, die een object van verzameling vormen, verricht als presentatie aan het publiek of als attractie voor liefhebbers. Deze bepaling is een verruiming van artikel 2, lid f, van het Uitvoeringsbesluit Autovervoer Personen 1939, waarin van de vergunningplicht werd vrijgesteld het vervoer zonder enige vergoeding van ten hoogste vier personen, de bestuurder daar niet onder begrepen, met een autobus die als onderdeel van een verzameling historische motorrijtuigen wordt verplaatst.
Het vervoermiddel waarmee de verdachte haar hotelgasten van en naar de veerboot vervoert betreft een bus van het merk Bedford, type village style, bouwjaar 1953. De bus is voorzien van het kenteken BE-19-23. De verdachte vervoert reeds vanaf de begintijd van de automobiel haar gasten van en naar de veerboot en vraagt hiervoor geen vergoeding. Zij ontkent dat er een verband is tussen de hoteltarieven en het gebruik van de bus.
Behalve over deze bus beschikt de verdachte ook nog over een Jeep uit 1950 en een Peugeot 604 uit 1970.
Gelet op vorenstaande is de economische politierechter van oordeel dat van voornoemde bus kan worden gezegd dat hij in gebruik is als onderdeel van een historische verzameling en dat, nu er geen vergoeding wordt gevraagd voor het vervoer en het slechts om een nevenactiviteit gaat van een hoofdactiviteit die niet uit het vervoer van personen bestaat, het gebruik niet commercieel van aard is. Wat dat laatste punt betreft wijst de economische politierechter ten overvloede nog op hetgeen in de wetsgeschiedenis (Memorie van Antwoord, nr. 7, blz. 40) ten aanzien van het bepaalde in artikel 53, lid 1, van de WP is opgemerkt, namelijk dat het vervoer dat als nevenactiviteit wordt verricht ten behoeve van een hoofdactiviteit die niet uit het vervoer van personen bestaat, zoals werknemersvervoer, geen op de markt gericht commercieel vervoer is.
UITSPRAAK VAN DE ECONOMISCHE POLITIERECHTER LUIDT:
RECHTDOENDE:
Verklaart niet bewezen hetgeen verdachte is telastegelegd en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit vonnis is gewezen door mr. G.M. van der Meer, economische politierechter, bijgestaan door A. van Dijk, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van de economische politierechter op 3 mei 2000.
De griffier is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.