ECLI:NL:RBLEE:2000:AA5231
Rechtbank Leeuwarden
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geldboetes voor opzettelijke overtredingen Natuurbeschermingswet door drie verdachten
Op 9 maart 2000 sprak de economische politierechter G.M. van der Meer vonnis in drie zaken tegen verschillende verdachten die opzettelijk voorschriften van de Natuurbeschermingswet hadden overtreden.
De eerste twee verdachten werden veroordeeld voor overtreding van artikel 24 lid 3 van Pro de Natuurbeschermingswet gepleegd op 8 juli 1999. De rechter legde hen respectievelijk een geldboete van 500 gulden met subsidiaire hechtenis van 10 dagen en een geldboete van 600 gulden met subsidiaire hechtenis van 12 dagen op.
De derde verdachte, zonder bekende woon- of verblijfplaats in Nederland, werd veroordeeld voor twee feiten gepleegd op 6 augustus 1999: een overtreding van artikel 17 en Pro een opzettelijke overtreding van artikel 24 lid 3 van Pro de Natuurbeschermingswet. Voor deze feiten werden geldboetes van 250 en 750 gulden met subsidiaire hechtenis van respectievelijk 5 en 15 dagen opgelegd.
De vonnissen werden mondeling uitgesproken. In de zaak van de derde verdachte werd verstek verleend, wat betekent dat deze niet aanwezig was bij de uitspraak.
Uitkomst: Drie verdachten werden veroordeeld tot geldboetes met subsidiaire hechtenis wegens opzettelijke overtredingen van de Natuurbeschermingswet.