ECLI:NL:RBHAA:2012:BY8390

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
21 december 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
197401 - HA RK 12-130
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:204 BWArt. 4:203 BWTitel 3.7 BW
Verwijzingen
5 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot benoeming vereffenaar afgewezen wegens ontbreken belanghebbende

Verzoekers hebben een verzoek ingediend tot benoeming van een vereffenaar voor de nalatenschap van een overledene. Zij hebben de nalatenschap zuiver aanvaard en een volmacht afgegeven aan medewerkers van een notaris om samen met verweerder de nalatenschap te beheren. Verweerder heeft zich niet uitgesproken over aanvaarding of verwerping en weigert medewerking.

De rechtbank oordeelt dat het verzoek niet is ingediend door belanghebbenden in de zin van artikel 4:204 lid 1 BW Pro. Hoewel de erfgenamen een ruim begrip zijn, is volgens de rechtbank de erfgenaam niet gelijk aan de belanghebbende die een verzoek tot benoeming kan indienen. Dit volgt uit de wetsartikelen en literatuur waarin onderscheid wordt gemaakt tussen erfgenamen en belanghebbenden.

Daarom verklaart de rechtbank de verzoekers niet-ontvankelijk in hun verzoek. De belangen van de deelgenoten worden beschermd door andere wettelijke bepalingen (Titel 3.7 BW). De beschikking is uitgesproken door rechter J.I. de Vreese-Rood op 21 december 2012.

Uitkomst: Verzoekers worden niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot benoeming van een vereffenaar wegens ontbreken van belanghebbende status.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK HAARLEM
Sector civiel recht
zaaknummer / rekestnummer: 197401 / HA RK 12-130
Beschikking van 21 december 2012
in de zaak van
1. [verzoeker 1],
wonende te [woonplaats],
2. [verzoekster 2],
wonende te [woonplaats],
3. [verzoekster 3],
wonende te [woonplaats],
verzoekers,
advocaat mr. drs. Th.C. van Schagen,
tegen
[verweerder],
wonende te Noordwijk,
verweerder,
advocaat mr. A.J.W. van Elk.
1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het verzoekschrift met producties
- het verweerschrift
- de mondelinge behandeling.
2. De beoordeling
2.1. Het verzoek strekt tot het benoemen van een vereffenaar van de nalatenschap van [erflaatster], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] en overleden te Haarlem op [sterfdatum]. De in art. 4:206 BW Pro genoemde personen, voor zover bekend, zijn gehoord althans behoorlijk opgeroepen.
2.2. Verzoekers leggen aan het verzoek het volgende ten grondslag. Verzoekers hebben de nalatenschap zuiver aanvaard en hebben een volmacht afgegeven aan drie medewerkers van notaris Huisman te Heemstede strekkende tot het tezamen met verweerder zelfstandig verrichten van alle daden van eigendom en beheer ter zake van al hetgeen behoort tot de nalatenschap. Verweerder heeft zich tot op heden niet uitgesproken omtrent de aanvaarding of verwerping van de nalatenschap, heeft geweigerd een boedelvolmacht te tekenen en weigert ook overigens iedere medewerking.
2.3. Verweerder voert tot verweer dat het verzoek niet is ingediend door een of meer belanghebbenden en er geen sprake is van een onbeheerde nalatenschap. Voorts betwist verweerder medewerking te weigeren en stelt hij bereid te zijn zich actief met de afwikkeling van de nalatenschap bezig te houden en daartoe een volmacht te verstrekken aan zijn advocaat.
2.4. Het verweer slaagt. Nu de nalatenschap niet onder het voorrecht van boedelbeschrijving is aanvaard, wordt het verzoek beheerst door het bepaalde in artikel 4:204 lid 1 aanhef Pro en onder a Burgerlijk Wetboek (BW). Het verzoek kan worden gedaan door een belanghebbende. Hoewel dit een ruim begrip is, leidt de rechtbank uit het feit dat in artikel 4:203 BW Pro (benoeming vereffenaar na beneficiaire aanvaarding) onderscheid wordt gemaakt tussen de verzoeker-erfgenaam en de verzoeker-belanghebbende af dat de wetgever niet heeft beoogd onder het begrip belanghebbende mede de erfgenaam te begrijpen. De belangen van de deelgenoten in een nalatenschap in ene geval als het onderhavige worden beschermd door Titel 3.7 BW. De rechtbank vindt steun voor deze opvatting in de vakliteratuur, in welk verband zij verwijst naar Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht, deel 4 Erfrecht en Schenking, veertiende druk 2009, blz. 553 en WPNR 6678 (2006), nr. 5. Verzoekers zullen in het verzoek niet-ontvankelijk worden verklaard.
3. De beslissing
De rechtbank
3.1. verklaart verzoekers niet ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.I. de Vreese-Rood en in het openbaar uitgesproken op 21 december 2012.?