ECLI:NL:GHAMS:2013:4764
Gerechtshof Amsterdam
- Hoger beroep
- R.G. Kemmers
- G.J. Driessen - Poortvliet
- J.G. Gräler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkheid erfgenamen in verzoek tot benoeming vereffenaar nalatenschap
In deze zaak staat centraal of erfgenamen als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt in de zin van artikel 4:204 lid 1 BW Pro om een vereffenaar te benoemen voor de nalatenschap van een overleden persoon. Appellanten, erfgenamen van de nalatenschap, zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot benoeming van een vereffenaar. Zij kwamen hiertegen in hoger beroep.
De feiten betreffen de nalatenschap van een in 2012 overleden erflaatster, waarbij de appellanten en een andere erfgenaam de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. De appellanten hadden een boedelvolmacht afgegeven aan medewerkers van een notariskantoor, waaronder een kandidaat-notaris die als belanghebbende werd aangeduid.
Het hof overweegt dat de wetgever niet heeft beoogd de erfgenaam onder het begrip belanghebbende in artikel 4:204 lid 1 BW Pro te verstaan. Dit artikel richt zich op externe schuldeisers die niet dezelfde mogelijkheden hebben als erfgenamen om hun belangen te beschermen. De stellingen van appellanten dat zij als erfgenamen wel ontvankelijk zouden moeten zijn, worden verworpen. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en verklaart appellanten niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hun verzoek tot benoeming van een vereffenaar.