ECLI:NL:GHAMS:2013:4764

Gerechtshof Amsterdam

Datum uitspraak
17 december 2013
Publicatiedatum
24 december 2013
Zaaknummer
200.123.801/01
Instantie
Gerechtshof Amsterdam
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • R.G. Kemmers
  • G.J. Driessen - Poortvliet
  • J.G. Gräler
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:204 BWTitel 3.7 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging niet-ontvankelijkheid erfgenamen in verzoek tot benoeming vereffenaar nalatenschap

In deze zaak staat centraal of erfgenamen als belanghebbenden kunnen worden aangemerkt in de zin van artikel 4:204 lid 1 BW Pro om een vereffenaar te benoemen voor de nalatenschap van een overleden persoon. Appellanten, erfgenamen van de nalatenschap, zijn door de rechtbank niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot benoeming van een vereffenaar. Zij kwamen hiertegen in hoger beroep.

De feiten betreffen de nalatenschap van een in 2012 overleden erflaatster, waarbij de appellanten en een andere erfgenaam de nalatenschap zuiver hebben aanvaard. De appellanten hadden een boedelvolmacht afgegeven aan medewerkers van een notariskantoor, waaronder een kandidaat-notaris die als belanghebbende werd aangeduid.

Het hof overweegt dat de wetgever niet heeft beoogd de erfgenaam onder het begrip belanghebbende in artikel 4:204 lid 1 BW Pro te verstaan. Dit artikel richt zich op externe schuldeisers die niet dezelfde mogelijkheden hebben als erfgenamen om hun belangen te beschermen. De stellingen van appellanten dat zij als erfgenamen wel ontvankelijk zouden moeten zijn, worden verworpen. Het hof bekrachtigt daarom de bestreden beschikking en verklaart appellanten niet-ontvankelijk.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking en verklaart appellanten niet-ontvankelijk in hun verzoek tot benoeming van een vereffenaar.

Uitspraak

GERECHTSHOF AMSTERDAM

Afdeling civiel recht en belastingrecht
Team III (familie- en jeugdrecht)
Uitspraak: 17 december 2013
Zaaknummer: 200.123.801/01
Zaaknummer eerste aanleg: 197401/HA RK 12-130
in de zaak in hoger beroep van:

1.[…],

wonende te […],

2.[…],

wonende te […],

3.[…],

wonende te […],
appellanten,
advocaat: mr.drs. Th.C. van Schagen te Haarlem,
tegen
[…],
wonende te […],
geïntimeerde,
advocaat: mr. A.J.W. van Elk te Haarlem.

1.Het geding in hoger beroep

1.1.
Appellanten en geïntimeerde worden hierna respectievelijk de heer [a], mevrouw [b], mevrouw [c] (gezamenlijk: [x] c.s.) en de heer [y] genoemd. Belanghebbende is mevrouw mr. H.F. Busz, kandidaat-notaris bij notariskantoor Huisman te Heemstede (hierna te noemen: mr. Busz).
1.2.
[x] c.s. is op 18 maart 2013 in hoger beroep gekomen van de beschikking van 21 december 2012 van de rechtbank Haarlem, met kenmerk 197401/HA RK 12-130.
1.3.
De heer [y] heeft op 10 mei 2013 een verweerschrift ingediend.
1.4.
De heer [y] heeft op 23 juli 2013 nadere stukken ingediend.
1.5.
De zaak is op 5 augustus 2013 ter terechtzitting behandeld, alwaar zijn verschenen:
- mevrouw [c], bijgestaan door haar advocaat,
- de advocaat van de heer [y],
- mr. Busz.
1.6.
De heer [a], mevrouw [b] en de heer [y] zijn, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen.
1.7.
Van de behandeling ter zitting op 5 augustus 2013 is een verkort proces-verbaal opgemaakt. Partijen zijn ter zitting overeengekomen te trachten in onderling overleg tot overeenstemming te komen. Partijen hebben toegezegd het hof van de uitkomst van dat overleg te berichten binnen twee maanden na de mondelinge behandeling.
1.8.
Bij brief van 3 september 2013 heeft de advocaat van [x] c.s. het hof bericht dat partijen geen schikking hebben weten te bereiken en heeft hij het hof verzocht uitspraak te doen.

2.De feiten

2.1.
[in] 2012 is overleden […] (hierna: [erflaatster]), geboren te […] [in] 1911. [erflaatster] heeft bij testament van 14 mei 2010 over haar nalatenschap beschikt. [x] c.s. en de heer [y] zijn de erfgenamen van [erflaatster]. Tot executeur zijn benoemd de heer [a] en mevrouw [d].
2.2.
Op 4 oktober 2012 is een verklaring van erfrecht / executele opgesteld ten overstaan van notaris mr. E.H. Huisman te Heemstede, waaruit - kort gezegd - blijkt dat [x] c.s. de nalatenschap van [erflaatster] zuiver hebben aanvaard en dat de heer [y] zich nog niet heeft uitgesproken omtrent zijn keuze voor een beneficiaire aanvaarding of verwerping. Voorts hebben de heer [a] en mevrouw [c] verklaard de benoeming als executeur niet te aanvaarden. Zij hebben een boedelvolmacht afgegeven aan een viertal medewerkers van notaris Huisman, waaronder mr. Busz. Deze volmacht is zodanig vormgegeven dat uitsluitend steeds twee van de vier gevolmachtigden tezamen met de heer [y] bevoegd en gerechtigd zijn om al hetgeen tot de nalatenschap van [erflaatster] behoort op te vorderen, in ontvangst te nemen en daarvoor kwijting te verlenen en ter zake alle daden van eigendom en beheer te verrichten.
2.3.
De heer [y] heeft de nalatenschap op 7 juni 2013 eveneens zuiver aanvaard.

3.Het geschil in hoger beroep

3.1.
Bij de bestreden beschikking zijn [x] c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot het benoemen van een vereffenaar van de nalatenschap van [erflaatster].
3.2.
[x] c.s. verzoeken, met vernietiging van de bestreden beschikking, mr. Busz tot vereffenaar te benoemen in de nalatenschap van [erflaatster] en de beschikking uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.3.
De heer [y] verzoekt de bestreden beschikking te bekrachtigen dan wel, subsidiair, de gronden van [x] c.s. alsnog af te wijzen dan wel, geheel subsidiair, indien het hof gronden aanwezig acht om een vereffenaar te benoemen, een (kandidaat) notaris te benoemen die op geen enkele wijze is verbonden aan het kantoor van mr. Huisman te Heemstede.

4.Beoordeling van het hoger beroep

4.1.
De rechtbank heeft [x] c.s. niet-ontvankelijk verklaard in hun verzoek tot benoeming van een vereffenaar van de nalatenschap van [erflaatster] omdat de wetgever niet heeft beoogd onder het begrip belanghebbende in de zin van artikel 4:204 lid 1 aanhef Pro en onder a Burgerlijk Wetboek (BW) mede de erfgenaam te begrijpen. [x] c.s. stellen in hoger beroep - kort samengevat - dat zij ontvankelijk dienen te worden verklaard in het inleidend verzoek, aangezien het begrip belanghebbende in de zin van voornoemd artikel wel mede omvat de erfgenaam en bovendien een erfgenaam als schuldeiser van de nalatenschap is aan te merken.
De heer [y] heeft de stellingen van [x] c.s. gemotiveerd betwist.
4.2.
Het hof overweegt als volgt. Nu de heer [y] de nalatenschap eveneens zuiver heeft aanvaard is op het onderhavige verzoek artikel 4:204 BW Pro van toepassing. Het hof onderschrijft de overwegingen van de rechtbank met betrekking tot de vraag of de wetgever heeft beoogd onder het begrip belanghebbende als bedoeld in artikel 4:204 lid 1 aanhef Pro en onder a BW mede de erfgenaam te begrijpen en maakt deze tot de zijne. De verwijzing van [x] c.s. naar het preadvies van Stollenwerck is onvoldoende om af te wijken van het in de vakliteratuur gangbare standpunt dat artikel 4:204 BW Pro op andere schuldeisers dan erfgenamen zelf doelt, namelijk op externe schuldeisers die in tegenstelling tot de erfgenaam niet de mogelijkheid hebben om met gebruikmaking van de procedure van titel 3.7 BW hun belangen veilig te stellen.
4.3.
Het voorgaande betekent dat de grieven van [x] c.s. falen en dat de bestreden beschikking zal worden bekrachtigd.
4.4.
Dit leidt tot de volgende beslissing.

5.Beslissing

Het hof:
bekrachtigt de beschikking waarvan beroep.
Deze beschikking is gegeven door mr. R.G. Kemmers, mr. G.J. Driessen - Poortvliet en mr. J.G. Gräler in tegenwoordigheid van mr. C.M. van Harten als griffier, en in het openbaar uitgesproken op 17 december 2013.