ECLI:NL:RBHAA:2012:BX6429
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Kennelijk onredelijk ontslag wegens onvoldoende vergoeding en ernstige gevolgen voor werknemer
De werknemer, sinds 1995 in dienst als lasser bij Colpitt B.V., werd in 2011 ontslagen wegens bedrijfseconomische redenen. Colpitt vroeg toestemming aan het UWV voor het ontslag en bood de werknemer een vaststellingsovereenkomst met een financiële compensatie aan, die hij weigerde te tekenen. Hierdoor verviel de vergoeding die andere werknemers wel ontvingen.
Het UWV verleende toestemming voor het ontslag, waarna Colpitt de arbeidsovereenkomst opzegde. De werknemer vorderde herstel van de dienstbetrekking of subsidiair een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Colpitt betwistte dit en stelde dat het ontslag gerechtvaardigd was door de financiële situatie en reorganisatie.
De kantonrechter oordeelde dat de door Colpitt aangevoerde bedrijfseconomische reden de werkelijke reden was en dat er geen sprake was van een voorgewende reden. Wel was het ontslag kennelijk onredelijk op grond van het gevolgencriterium, omdat de werknemer geen vergoeding ontving terwijl anderen dat wel deden, en de gevolgen voor hem ernstig waren gezien zijn leeftijd, dienstjaren en inkomensachteruitgang.
Herstel van de dienstbetrekking werd afgewezen vanwege het ontbreken van passend werk. De schadevergoeding werd vastgesteld op basis van de aanvulling op de WW-uitkering zoals in het oorspronkelijke aanbod was voorgesteld. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Ontslag is kennelijk onredelijk wegens ernstige gevolgen voor werknemer; werkgever moet maandelijkse aanvulling op WW-uitkering betalen, herstel dienstbetrekking afgewezen.