ECLI:NL:RBHAA:2012:BX3764
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplichtigheid aan hennepteelt in gehuurde loods als katvanger
De rechtbank Haarlem heeft verdachte veroordeeld voor medeplichtigheid aan het voorhanden hebben en telen van hennep in een kelderruimte van een pand te IJmuiden, eigendom van de leider van een criminele organisatie. Verdachte huurde de loods vanaf februari 2006 en stelde deze ter beschikking aan onbekenden die daar hennep teelden. Hoewel verdachte ontkende van de hennepplantage te weten, achtte de rechtbank zijn verklaringen ongeloofwaardig en concludeerde dat hij als katvanger fungeerde.
Het bewijs bestond uit een huurovereenkomst, verklaringen, een afgeluisterd gesprek tussen de eigenaar en een medeverdachte waarin sprake was van hennepteelt, en vondsten van hennep, hennepgruis en hasj in de loods. Verdachte woonde sinds 2006 in Litouwen en was slechts sporadisch in Nederland, wat zijn betrokkenheid niet uitsloot. De rechtbank sprak verdachte vrij van de primaire tenlasteleggingen, maar achtte de subsidiaire feiten bewezen.
De strafrechtelijke kwalificatie betrof medeplichtigheid aan verboden handelen volgens de Opiumwet. Gelet op de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de zorg voor zijn hulpbehoevende vrouw, legde de rechtbank een gevangenisstraf van drie maanden op, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden wegens medeplichtigheid aan hennepteelt.