ECLI:NL:RBHAA:2012:BW4202
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- F.J.P. Veenhof
- T.A.M. Tijhuis
- E.J. Bellaart
- Rechtspraak.nl
Beoordeling agentuurovereenkomsten en commissiebetaling tussen ANVR en luchtvaartmaatschappijen
ANVR, de belangenvereniging van reisagenten, vordert dat de rechtbank bevestigt dat de samenwerking met luchtvaartmaatschappijen kwalificeert als agentuurovereenkomst en dat zij recht hebben op een redelijke beloning, minimaal 1% commissie. De luchtvaartmaatschappijen hadden hun bestaande agentuurovereenkomsten opgezegd en nieuwe overeenkomsten aangeboden zonder recht op commissie, wat ANVR betwistte als onrechtmatig en strijdig met wet- en regelgeving.
De rechtbank overweegt dat de nieuwe overeenkomsten de reisagenten positioneren als adviseurs en bemiddelaars voor hun klanten, niet als agenten van de luchtvaartmaatschappijen. Hierdoor ontbreekt het essentiële element van een agentuurovereenkomst, namelijk bemiddeling tegen beloning door de principaal. De rechtbank wijst de vorderingen af die gebaseerd zijn op het bestaan van een agentuurovereenkomst en het recht op commissie.
Verder oordeelt de rechtbank dat de opzegging van de bestaande overeenkomsten niet onrechtmatig is en dat de luchtvaartmaatschappijen contractvrijheid hebben om de voorwaarden te wijzigen. Ook de vorderingen die zien op onrechtmatigheid van het intrekken of wijzigen van aanbiedingen worden afgewezen. De rechtbank verklaart zich bevoegd voor het kantongerecht voor de bestaande overeenkomsten, maar verwijst de procedure deels naar de civiele sector voor de nieuwe overeenkomsten.
De procedure wordt aangehouden om partijen gelegenheid te geven zich uit te laten over de verwijzing. De uitspraak bevestigt dat de nieuwe contracten geen agentuurovereenkomsten zijn en dat de luchtvaartmaatschappijen niet gehouden zijn tot betaling van commissie aan de reisagenten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de nieuwe overeenkomsten geen agentuurovereenkomsten zijn en wijst de vorderingen van ANVR af.