ECLI:NL:RBHAA:2011:BU8679
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.M. van Dam
- Rechtspraak.nl
Beperking alimentatieverplichting wegens verwijtbaar inkomensverlies na ontslag
De man en vrouw zijn in 1990 gehuwd en in 2004 gescheiden. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren, waarvan één jongmeerderjarig en één minderjarig. De man was verplicht alimentatie te betalen voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige kinderen. Na 24 jaar dienstverband werd de arbeidsovereenkomst van de man per 6 september 2010 beëindigd, waarbij hij een ontslagvergoeding van €50.740,43 bruto ontving.
De man verzocht de alimentatieverplichting te verlagen naar nihil met ingang van 1 november 2010, omdat hij sindsdien een WW-uitkering ontvangt en niet meer in staat is te betalen. De vrouw en de jongmeerderjarige erkenden de gewijzigde omstandigheden, maar voerden gemotiveerd verweer tegen nihilstelling.
De rechtbank oordeelde dat de man de ontslagvergoeding had moeten gebruiken om zijn WW-uitkering aan te vullen en zo aan zijn onderhoudsverplichtingen te voldoen. Het volledig verbruiken van deze vergoeding leidt tot verwijtbaar inkomensverlies, waardoor de inkomensvermindering buiten beschouwing moet blijven. Echter, de alimentatie kon niet volledig worden stopgezet omdat het besteedbaar inkomen van de man dan onder 90% van de bijstandsnorm zou dalen.
Daarom werd de alimentatie verlaagd naar €30 per maand per kind met ingang van 1 november 2010. De rechtbank verklaarde de beschikking uitvoerbaar bij voorraad en wees het overige verzoek af.
Uitkomst: De alimentatieverplichting van de man wordt verlaagd naar €30 per maand per kind met ingang van 1 november 2010 wegens verwijtbaar inkomensverlies.