ECLI:NL:RBHAA:2011:BT2499
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg en toepassing vervreemdingsclausule in transportakte tussen familieleden
Deze civiele zaak betreft de uitleg van een vervreemdingsclausule in een transportakte uit 1985, waarin de ouders van gedaagde een derdenbeding ten behoeve van hun overige vier kinderen hebben opgenomen. Eisers vorderen ieder een vijfde deel van het verschil tussen de vervreemdingsprijs van de woning in 2010 en de oorspronkelijke verwervingskosten.
Gedaagde betwist dat partijen destijds de bedoeling hadden dat na verkoop een dergelijke vordering zou ontstaan en voert aan dat de investering die hij heeft gedaan, het belastingnadeel en het feit dat zijn ouders geen huur betaalden, in aanmerking moeten worden genomen. De rechtbank oordeelt dat de bewoordingen van het beding duidelijk zijn en dat geen afwijkende partijbedoeling is gebleken. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid faalt.
De rechtbank wijst de vordering van eisers toe met een correctie voor de kosten koper en veroordeelt gedaagde tot betaling aan ieder van hen van € 32.844,53 plus wettelijke rente. De reconventionele vorderingen van gedaagde tot vernietiging van de clausule en betaling van een bedrag worden afgewezen wegens verjaring en onvoldoende onderbouwing.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling aan eisers van een vijfde deel van het verschil tussen vervreemdingsprijs en verwervingskosten, vermeerderd met wettelijke rente.