ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1482
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- W.J. van Brussel
- Rechtspraak.nl
Werkloosheidsuitkering geweigerd wegens ontbreken dringende reden voor ontslag
De werkgever heeft beroep ingesteld tegen de toekenning van een WW-uitkering aan de werknemer, stellende dat sprake was van ontslag met dringende reden. De rechtbank beoordeelde dat de klachten over het functioneren van de werknemer, hoewel ernstig, niet zodanig waren dat zonder voorafgaande poging tot verbetering onverwijld tot ontslag kon worden overgegaan. Tevens was het initiatief tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst gelegen bij de werkgever.
De rechtbank stelde vast dat het UWV terecht had geconcludeerd dat de werknemer niet verwijtbaar werkloos was geworden en dat het ontslag niet op dringende redenen was gebaseerd. De onderzoeksrapportage gaf wel aanwijzingen voor disfunctioneren, maar dit vormde geen objectieve dringende reden voor ontslag.
De rechtbank verklaarde het beroep van de werkgever ongegrond en veroordeelde de werkgever tot vergoeding van de proceskosten van de werknemer. Het hoger beroep staat open bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van de werkgever wordt ongegrond verklaard en de WW-uitkering aan de werknemer gehandhaafd.