ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1324
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen loonheffing directeur-grootaandeelhouder wegens niet-afdracht
Eiser, directeur-grootaandeelhouder van Q BV, kreeg navorderingsaanslagen IB/PVV opgelegd voor de jaren 2003 en 2004 wegens niet-afdracht van loonheffing. De inspecteur stelde vast dat Q BV geen loonadministratie had bijgehouden en geen loonheffing had afgedragen, ondanks dat loonheffing was ingehouden op het loon van eiser.
Eiser voerde aan dat hij te goeder trouw was en meende dat de werkgever aan zijn verplichting tot inhouding zou voldoen. De rechtbank oordeelde dat eiser niet voldeed aan deze bewijslast, gelet op zijn positie als directeur-grootaandeelhouder en de vastgestelde feiten dat hij op de hoogte was van de niet-afdracht.
De opgelegde boetes van 50% over de niet-afgedragen loonheffing werden passend geacht, mede omdat eiser willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat te weinig belasting zou worden geheven. De boetes werden slechts verminderd vanwege overschrijding van de redelijke termijn.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter A.A. Fase op 29 april 2011.
Uitkomst: De beroepen tegen de navorderingsaanslagen en boetes worden ongegrond verklaard.