ECLI:NL:RBHAA:2011:BR1301
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag successierecht niet met redelijke voortvarendheid opgelegd
Eiseres, erfgenaam van een nalatenschap, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag successierecht opgelegd door verweerder, de Belastingdienst, nadat buitenlandse vermogensbestanddelen waren ontdekt. De navorderingsaanslag werd gehandhaafd na bezwaar, waarna eiseres beroep instelde bij de rechtbank.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de verlengde navorderingstermijn van artikel 16, vierde lid, Awr slechts mag toepassen indien de aanslag met redelijke voortvarendheid wordt voorbereid en opgelegd. Hoewel verweerder pas in september 2007 kennis kreeg van de buitenlandse vermogensbestanddelen, nam het meer dan een jaar in beslag om de navorderingsaanslag op te leggen, waarbij een periode van zes maanden zonder enige actie werd geconstateerd.
De rechtbank stelde vast dat deze periode van stilstand onvoldoende voortvarendheid toont, waardoor het beroep gegrond is. Tevens werd het beroep op interne compensatie door verweerder afgewezen omdat de navorderingsaanslag zelf niet rechtsgeldig is opgelegd. De navorderingsaanslag werd vernietigd, de uitspraak op bezwaar eveneens, en verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De navorderingsaanslag successierecht wordt vernietigd wegens het ontbreken van redelijke voortvarendheid bij de oplegging.