ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ4425
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.E. Keulemans
- A.J. Roke
- A. van Dongen
- Rechtspraak.nl
Geen integraal recht op aftrek voorbelasting bij handel in softdrugs volgens pro-rata methode
De rechtbank Haarlem behandelde een geschil over de aftrekbaarheid van voorbelasting door een exploitant van een coffeeshop over het jaar 2007. De Belastingdienst had een naheffingsaanslag omzetbelasting opgelegd omdat de voorbelasting deels betrekking had op omzet uit de handel in softdrugs, waarvoor geen recht op aftrek bestaat. De eiseres betoogde dat zij integraal recht had op aftrek van voorbelasting omdat de kosten ook algemene kosten zouden betreffen en verwees naar het vertrouwensbeginsel.
De rechtbank stelde vast dat volgens artikel 15 van Pro de Wet op de Omzetbelasting en de Btw-richtlijn alleen voorbelasting aftrekbaar is voor zover de goederen en diensten worden gebruikt voor belaste handelingen. De handel in softdrugs valt buiten de btw en geeft daarom geen recht op aftrek. De rechtbank bevestigde dat voor gemengde kosten de pro-rata methode geldt, waarbij de aftrek wordt berekend op basis van de verhouding tussen belaste en onbelaste omzet.
Het beroep op het vertrouwensbeginsel werd verworpen omdat de Belastingdienst geen bewuste standpuntbepaling had ingenomen en de wetswijziging per 1 januari 2007 een andere situatie creëerde. De eerdere aangiften en suppletieaangifte konden niet leiden tot het vertrouwen dat de Belastingdienst de aftrek van voorbelasting integraal zou accepteren. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting en heffingsrente wordt ongegrond verklaard; de pro-rata methode is correct toegepast.