ECLI:NL:RBHAA:2011:BQ2119
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A.M. Röell-Mulder
- W.J. van Brussel
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gedifferentieerde premie WGA en toepassing WAO-uitkeringen in overgangsfase
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de beschikking van de Belastingdienst waarin de gedifferentieerde premie WGA voor 2007 op 2,78% is vastgesteld. Zij betoogt dat de premie onrechtmatig is omdat deze mede gebaseerd is op WAO-uitkeringen die zijn betaald vóór de inwerkingtreding van de WIA, wat volgens haar in strijd is met het equivalentiebeginsel en leidt tot dubbele heffing.
De rechtbank overweegt dat uit de wetsgeschiedenis blijkt dat het de bedoeling van de wetgever was om in de overgangsfase (2008-2012) de WAO-uitkeringen mee te nemen bij de berekening van de WGA-premie om schoksgewijze premieontwikkelingen te voorkomen. Er is geen sprake van dubbele heffing omdat WAO- en WGA-premies aan verschillende fondsen worden toegerekend.
Daarnaast wijst de rechtbank het beroep af op grond van het vertrouwensbeginsel en het evenredigheidsbeginsel, omdat de premiedifferentiatie in de WGA niet buiten de delegatiebevoegdheid van artikel 38 Wfsv Pro valt en de wetgever rekening hield met de overgangssituatie. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de beschikking tot vaststelling van de gedifferentieerde WGA-premie wordt gehandhaafd.