ECLI:NL:RBHAA:2011:BP8676
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A. van Dongen
- A.A. Fase
- J.P. Boer
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag vennootschapsbelasting en heffingsrente na verliesverrekening
Eiseres maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2001 en de daarbij behorende heffingsrente, die samenhingen met een verliesverrekening over 2003. De navorderingsaanslag was opgelegd na een splitsing van een vennootschap en een verzoek van eiseres om verliesverrekening met een ander jaar. De rechtbank oordeelde dat de brief van verweerder van 10 september 2008 niet als uitspraak op bezwaar kon worden beschouwd, waardoor het beroep ontvankelijk was.
De rechtbank stelde vast dat de navorderingsaanslag tijdig was opgelegd, ondanks de overschrijding van de vijfjaarstermijn, omdat eiseres door haar verzoek tot verrekening en instemming met de gang van zaken haar recht op termijnoverschrijding had verwerkt. De rechtbank verwierp het standpunt van verweerder dat artikel 16, vijfde lid, AWR van toepassing was, omdat de oorspronkelijke verrekening niet ten onrechte was.
Ten aanzien van de heffingsrente oordeelde de rechtbank dat deze terecht en naar het juiste bedrag was opgelegd. De vertraging in de afwikkeling was niet zodanig onzorgvuldig dat het in rekening brengen van heffingsrente achterwege had moeten blijven. De rechtbank veroordeelde verweerder tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het beroep werd gegrond verklaard voor het deel van de weigering tot uitspraak op bezwaar en voor het overige ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering tot uitspraak op bezwaar wordt gegrond verklaard, de navorderingsaanslag en heffingsrente worden bevestigd.