ECLI:NL:RBHAA:2011:BP8552
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- R.E.A. Toeter
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens verblijf in Nederland als ongewenst vreemdeling ondanks geldende verklaring
Op 24 december 2010 reisde verdachte per vliegtuig vanuit Israël naar Nederland en verbleef kort in Nederland bij vrienden, terwijl hij sinds 1999 door de Staatssecretaris van Justitie tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Deze ongewenstverklaring was nog steeds van kracht. Verdachte had nagelaten zich te vergewissen van de status van deze verklaring en werd kort na aankomst op Schiphol aangehouden.
De politierechter verwierp het verweer dat verdachte niet op Nederlands grondgebied zou zijn geweest omdat hem de toegang was geweigerd. Ook het verweer dat verdachte niet wist dat de ongewenstverklaring nog van kracht was, werd afgewezen. De rechtbank oordeelde dat verdachte zich bewust had moeten zijn van de geldende status en dat het verblijf in Nederland strafbaar was volgens artikel 197 van Pro het Wetboek van Strafrecht.
De rechtbank achtte het bewezen dat verdachte het misdrijf had begaan en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van 19 dagen, waarbij de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis had doorgebracht in mindering werd gebracht. Gezien de omstandigheden, waaronder de duur van de voorlopige hechtenis en het feit dat deze zich ook over de feestdagen uitstrekte, werd dit als een voldoende strafrechtelijke reactie beschouwd.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 19 dagen gevangenisstraf met aftrek van voorlopige hechtenis wegens verblijf in Nederland als ongewenst vreemdeling.