ECLI:NL:RBHAA:2010:BW4194
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. Fase
- A. van Dongen
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke uitspraak over winstuitdeling en navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998
Eiser stelde beroep in tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 1998, waarbij het belastbaar inkomen werd verhoogd vanwege een vermeende winstuitdeling uit H N.V., een vennootschap waarin eiser aandeelhouder was. De Belastingdienst baseerde de aanslag op een boekenonderzoek, waarnemingen ter plaatse en verklaringen die wezen op onvolledige omzetverantwoording en onttrekkingen aan de vennootschap.
De rechtbank stelde vast dat de onderneming feitelijk door H werd gedreven en dat aanzienlijke bedragen niet in de administratie waren verantwoord, hetgeen leidde tot een winstuitdeling aan eiser als grootaandeelhouder. De administratie van H werd als onbetrouwbaar beoordeeld, en de door eiser aangevoerde verklaringen over privéstortingen en bezettingsgraden werden niet aannemelijk geacht.
Eiser voerde aan dat de Belastingdienst niet zorgvuldig had gehandeld en dat de bewijslast omgekeerd moest worden, maar de rechtbank oordeelde dat eiser niet had voldaan aan zijn verzwaarde bewijslast en dat de schatting van de Belastingdienst redelijk was. Ook werd geen sprake geacht van vooringenomenheid of onzorgvuldig handelen door de Belastingdienst.
Het beroep tegen de navorderingsaanslag en de heffingsrente werd ongegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde eiser niet in de proceskosten. De uitspraak werd gedaan door mr. A.A. Fase, voorzitter, mr. A. van Dongen en mr. J.M. van Kempen op 17 mei 2010.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1998 wordt ongegrond verklaard en de aanslag wordt gehandhaafd.