ECLI:NL:RBHAA:2010:BO4764

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
12 november 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 09/5621
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 53 KadasterwetArt. 56b KadasterwetArt. 71 KadasterwetArt. 72 KadasterwetArt. 78 Kadasterwet
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen bijwerking kadastrale registratie na vernietiging koopovereenkomst

Eisers maakten bezwaar tegen de bijwerking van de kadastrale registratie waarbij hun naam als gerechtigde op twee percelen was doorgehaald na een civiel vonnis dat de koopovereenkomst en levering van deze percelen vernietigde.

Eisers stelden dat de vernietiging van de koopovereenkomst voorwaardelijk was, omdat deze slechts geldt voor zover nodig voor de voldoening van een vordering, en dat de hoofdbewaarder van het Kadaster de inschrijving daarom voorwaardelijk had moeten uitvoeren. Verweerder stelde dat hij een lijdelijke positie heeft en het vonnis niet mag interpreteren, maar slechts het dictum moet inschrijven.

De rechtbank oordeelde dat de hoofdbewaarder terecht de kadastrale registratie heeft bijgewerkt op basis van het ingeschreven vonnis en dat hij niet bevoegd is tot een voorwaardelijke inschrijving. Het beroep werd ongegrond verklaard en de bijwerking van de registratie werd bevestigd.

Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het hoger beroep werd mogelijk gesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Uitkomst: Het beroep tegen de bijwerking van de kadastrale registratie wordt ongegrond verklaard en de bijwerking bevestigd.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 09 - 5621
uitspraak van de meervoudige kamer van 12 november 2010
in de zaak van:
[naam],
wonende te [woonplaats],
gemachtigde: mr. B.F. Eblé, advocaat te Haarlem,
[naam],
wonende te [woonplaats],
gemachtigde: mr. E.E.A. Dijxhoorn, advocaat te Amersfoort,
eisers,
tegen:
de hoofdbewaarder van het kadaster en de openbare registers,
verweerder,
derde partij,
[naam],
[naam],
wonende te Haarlem,
gemachtigde: mr. J. Koekkoek, advocaat te Haarlem.
1. Procesverloop
Bij brief van 27 mei 2009 heeft verweerder [naam] bericht dat de kadastrale basisregistratie is bijgewerkt en dat zijn naam als gerechtigde op de percelen, kadastraal bekend als gemeente Haarlem [aanduiding] nummer [nummer] en [nummer], is doorgehaald.
Tegen deze bijwerking van de kadastrale basisregistratie hebben eisers bezwaar gemaakt en verzocht om wijziging van de tenaamstelling. Op dit verzoek heeft verweerder op 10 juli 2009 afwijzend beslist. Het hiertegen ingediende bezwaar is bij besluit van 5 oktober 2009 ongegrond verklaard.
Tegen dit besluit hebben eisers bij brief van 13 november 2009 beroep ingesteld.
Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.
Het beroep is behandeld ter zitting van 25 oktober 2010, alwaar [naam] tezamen met zijn echtgenote is verschenen, bijgestaan door mr. J.V. Maduro, kantoorgenoot van zijn gemachtigde. Voorts is de gemachtigde van [naam] verschenen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. M.I. Mollee - ten Hoor. Namens de derde partij is [naam] verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde.
2. Overwegingen
2.1 Ingevolge artikel 53 van Pro de Kadasterwet vindt bijwerking plaats als bijhouding dan wel als vernieuwing.
2.2 Op grond van artikel 56b, eerste lid, van de Kadasterwet kan een belanghebbende, tenzij het betreft een beschikking als bedoeld in artikel 71,72, of 78, eerste lid, bezwaar maken tegen een beschikking inzake de bijwerking, vastgesteld krachtens hoofdstuk 4, nadat die bewerking is voltooid.
2.3 Op 1 februari 2005 heeft verweerder een akte van levering ingeschreven in de openbare registers van het Kadaster, waarbij de bovengenoemde percelen (hierna: de percelen) door [naam] worden geleverd aan [naam]. Vervolgens heeft verweerder op 14 mei 2009 een vonnis van 8 april 2009 ingeschreven, waarbij de civiele sector van deze rechtbank de tussen [naam] en [naam] gesloten koopovereenkomst en de daaruit voortvloeiende levering van de percelen heeft vernietigd. Als gevolg hiervan zijn de percelen in de kadastrale registratie weer ten name van [naam] gesteld. Eisers kunnen zich met deze bijwerking in de kadastrale registratie niet verenigen.
2.4 Eisers stellen zich op het standpunt dat de rechtbank de koopovereenkomst en levering van de percelen bij vonnis van 8 april 2009 voorwaardelijk heeft vernietigd. Uit de bewoordingen van een passage uit de rechtsoverwegingen van het vonnis ‘Vernietiging op grond van pauliana is slechts aan de orde voorzover dat nodig is voor de voldoening van de vordering van [naam] c.s. op [naam].’ moet volgens eisers worden opgemaakt dat vernietiging niet aan de orde is, wanneer de vordering is voldaan. De vordering is volgens eisers geheel voldaan en, zou er nog een vordering resteren, dan rechtvaardigt dat niet de doorhaling van het gehele eigendom van [naam] door verweerder, aldus eisers. Verweerder is daaraan ten onrechte voorbijgegaan, aldus eisers. Tot slot hebben eisers ter zitting betoogd dat uit artikel 3:17 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan worden opgemaakt dat verweerder meer dan alleen het dictum van een rechterlijke uitspraak kan inschrijven. Gelet hierop kan verweerder volgens eisers de rechterlijke uitspraak inhoudelijk en zelfstandig interpreteren, hoeft verweerder zich niet te beperken tot het dictum en had verweerder gelet op deze redenering tot een andere, meer voorwaardelijke, inschrijving van het vonnis van 8 april 2009 moeten komen.
2.5 Verweerder stelt voorop dat hij een lijdelijke positie heeft, zoals met name volgt uit artikel 3:19, eerste lid, van het BW. Gelet hierop is verweerder van mening dat het niet aan hem is om een vonnis dat ter inschrijving wordt aangeboden te interpreteren en te oordelen of het een juiste beslissing is. Ook artikel 3:17 van Pro het BW is niet bedoeld om die bevoegdheid voor verweerder in het leven te roepen. Het ter inschrijving aangeboden vonnis voldeed aan de vereisten voor inschrijving en het dictum was duidelijk. Op basis hiervan is de basisregistratie bijgewerkt. Indien eisers het niet eens zijn met de inhoud van het vonnis, dan staat het hen vrij om daartegen in hoger beroep te gaan, aldus verweerder. Tot slot stelt verweerder dat, gelet op het bepaalde in artikel 39, tweede lid, van de Kadasterregeling, de gegevens in de kadastrale registratie overeen moeten stemmen met de gegevens van een ingeschreven stuk, hetgeen hier het geval is. De bijwerking heeft dan ook terecht en juist plaatsgevonden, aldus verweerder.
2.6 De rechtbank volgt verweerder in zijn betoog dat hij niet anders kon dan de basisregistratie bijwerken op grond van de inhoud van het in de openbare registers ingeschreven vonnis, waarvan de beslissing niet voor meerdere of andere interpretatie vatbaar is. Terecht heeft verweerder zich op het standpunt gesteld dat hij niet bevoegd is om het ter inschrijving aangeboden vonnis te interpreteren en over te gaan tot een soort voorwaardelijke inschrijving, zoals eisers voorstaan. Verweerder heeft dan ook terecht en op juiste wijze de basisregistratie bijgewerkt.
2.7 Gelet op het vorenstaande is het beroep ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
3. Beslissing
De rechtbank:
verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M. Janse van Mantgem, voorzitter van de meervoudige kamer, en mr. I.M. Ludwig en mr. drs. L. Beijen, rechters, in tegenwoordigheid van R.I. ten Cate, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 12 november 2010.
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.