ECLI:NL:RBHAA:2010:BN9834
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- A.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Beoordeling burengeschil over hoog opgeschoten coniferen en toepassing Bomenverordening Haarlem
In deze zaak staat een burengeschil centraal over hoog opgeschoten coniferen en een laurierstruik nabij de erfgrens tussen de woningen van eiseres en gedaagden in Haarlem. Eiseres vordert verwijdering en snoei van de beplanting wegens vermeende onrechtmatigheid volgens artikel 5:42 BW Pro. Gedaagden betwisten dit en beroepen zich op de Bomenverordening Haarlem.
De kern van het geschil betreft de kwalificatie van de coniferen als boom of heester. De Bomenverordening definieert een boom als een houtachtig gewas met een stamdiameter van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte. Gedaagden stellen dat de coniferen een stamdiameter van maximaal 9 centimeter hebben en dus geen bomen zijn. Eiseres betoogt dat de gemeente niet bevoegd is om een definitie van boom te geven en dat de rechtspraak dit moet bepalen, doorgaans aan de hand van hoogte.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeentelijke definitie niet in strijd is met de bevoegdheden uit artikel 5:42 BW Pro en dat de gemeente mag differentiëren tussen bomen, heesters en heggen met verschillende afstandsregels. Omdat de coniferen niet voldoen aan de diametervereiste, zijn het heesters of heggen waarvoor geen afstands- of hoogtebeperking geldt. Van een onrechtmatige situatie is daarom geen sprake. Wel wordt gedaagden veroordeeld tot het verwijderen van takken die boven de erfgrens van eiseres hangen, met een dwangsom bij niet-naleving.
De kosten van het geding worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.
Uitkomst: De vorderingen tot verwijdering en snoei van de coniferen worden afgewezen, behalve het verwijderen van overhangende takken met een dwangsom bij niet-naleving.