ECLI:NL:RBHAA:2010:BN8140
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Mateman
- W.J.A.M. van Brussel
- A.T.B. de Vries
- Rechtspraak.nl
Vernietiging loonsanctie wegens onvoldoende gemotiveerde re-integratiemogelijkheden werknemer
Eiseres, een werkgever, kreeg een loonsanctie opgelegd door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) omdat zij onvoldoende re-integratie-inspanningen zou hebben verricht voor een arbeidsongeschikte werknemer. De werknemer was sinds 31 januari 2007 arbeidsongeschikt wegens nekklachten en had een IVA-uitkering ontvangen.
De werkgever voerde aan dat zij mocht afgaan op de adviezen van haar arbodienst, die stelde dat er geen duurzaam benutbare mogelijkheden voor de werknemer waren. Het UWV baseerde haar besluit op rapportages van bezwaarverzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen die stelden dat er wel mogelijkheden waren voor re-integratie.
De rechtbank oordeelde dat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat er nog arbeidsmogelijkheden waren en dat de enkele stelling van de arbeidsdeskundige onvoldoende was onderzocht. Ook was de verantwoordelijkheid van de werkgever voor de kwaliteit van ingeschakelde deskundigen relevant. De loonsanctie werd daarom vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel en artikel 7:12 Awb Pro.
De rechtbank veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. De uitspraak bevat tevens een toelichting over de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot loonsanctie wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en het UWV wordt veroordeeld tot het nemen van een nieuw besluit.