ECLI:NL:RBHAA:2010:BN1607
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Niet bewezen peesletsel bij levering dressuurpaard; bewijsvermoeden niet doorbroken
In deze civiele zaak stond de koop van een dressuurpaard centraal, waarbij eiser stelde dat het paard bij levering peesletsel had en daardoor niet aan de overeenkomst voldeed. De levering vond plaats op 1 juli 2008, waarna het paard binnen zes maanden tekenen van lijden vertoonde. Eiser vorderde vernietiging of ontbinding van de koopovereenkomst en betaling van een schadevergoeding.
De rechtbank oordeelde dat het risico op het paard overging op het moment van betaling, 1 juli 2008. Hoewel het paard binnen zes maanden na levering klachten vertoonde, waardoor het wettelijke vermoeden van non-conformiteit volgens artikel 7:18 lid 2 BW Pro geldt, kan dit vermoeden worden weerlegd als de aard van de zaak of afwijking zich daartegen verzet. De rechtbank concludeerde dat dit bij levende dieren en specifiek bij peesletsel het geval is, mede gezien de lange transportreis en mogelijke oorzaken na levering.
De deskundigen konden niet met zekerheid vaststellen of het peesletsel al bestond bij levering. Daarom rust de bewijslast op eiser om aan te tonen dat het letsel reeds op 1 juli 2008 aanwezig was. Eiser werd toegelaten tot bewijslevering, waaronder getuigenverhoor. Indien hij daarin slaagt, volgt ontbinding van de koopovereenkomst en betaling van de gevorderde som. Het vonnis staat tussentijds appel toe en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Eiser moet bewijzen dat het peesletsel bij levering aanwezig was; tussentijds appel toegestaan en bewijslevering toegelaten.