ECLI:NL:RBHAA:2010:BL7572

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
24 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
440973/ CV EXPL 09-11290
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2:8 lid 7 AVArt. 2:8 lid 8 AVredelijkheid en billijkheid
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing onredelijk beding bij voortijdige beëindiging mobiele telefoniecontract

De zaak betreft een geschil tussen Lindorff Purchase B.V. en een consument die een mobiele telefonieovereenkomst met KPN had gesloten voor 24 maanden. De consument had een Nokia N95 ontvangen en bleef facturen van in totaal € 2.736,89, inclusief een vergoeding voor voortijdige beëindiging, onbetaald. KPN had de overeenkomst ontbonden en Lindorff had de vordering overgenomen.

Lindorff vorderde betaling van de hoofdsom, rente en incassokosten. De consument betwistte de hoogte van de gesprekskosten, maar kon dit niet onderbouwen. De kantonrechter wees het deel van de vordering betreffende onbetaalde gesprekskosten toe. Het beding dat bij voortijdige beëindiging de abonnementskosten over de resterende looptijd verschuldigd zijn, werd ambtshalve getoetst en als onredelijk beoordeeld omdat de consument het gebruik van de telefoon mist terwijl zij het volledige abonnement moet betalen.

De kantonrechter vernietigde dit beding en stelde een redelijke schadevergoeding vast, waarbij de abonnementsprijs werd gesplitst in een belcomponent en een toestelcomponent. De schadevergoeding werd vastgesteld op € 565,00. De rente en een gematigde vergoeding voor buitengerechtelijke kosten werden eveneens toegewezen. De consument werd veroordeeld tot betaling van € 2.573,39 plus rente en proceskosten.

Uitkomst: Het onredelijke beding wordt vernietigd en een redelijke schadevergoeding van €565 vastgesteld, met toewijzing van rente en gematigde incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector kanton
Locatie Haarlem
zaak/rolnr.: 440973/ CV EXPL 09-11290
datum uitspraak: 24 februari 2010
VONNIS VAN DE KANTONRECHTER
inzake
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
LINDORFF PURCHASE B.V.
te Zwolle
eiseres
hierna te noemen Lindorff
gemachtigde R. Wijburg
tegen
[gedaagde]
te [woonplaats]
gedaagde
hierna te noemen [gedaagde]
procederend in persoon
De procedure
Lindorff heeft [gedaagde] gedagvaard op 16 september 2009. [gedaagde] heeft schriftelijk geantwoord.
Nadat de kantonrechter had beslist dat de zaak zich niet leent voor een comparitie van partijen na antwoord, heeft Lindorff schriftelijk op het antwoord gereageerd, waarna [gedaagde] nog een schriftelijke reactie heeft gegeven.
De feiten
1. [gedaagde] heeft op 8 mei 2008 met KPN B.V. (hierna: KPN) een overeenkomst gesloten tot het verlenen van diensten op het gebied van mobiele telefonie voor de duur van 24 maanden. [gedaagde] heeft van KPN (gratis) een mobiele telefoon Nokia N95 ontvangen.
2. Op de overeenkomst zijn de algemene voorwaarden van KPN van toepassing. Op grond van artikel 2:8 lid 7 van Pro deze voorwaarden is KPN gerechtigd de overeenkomst voortijdig te beëindigen in het geval van niet nakoming van de contractuele betalingsverplichtingen. Op grond van lid 8 van dit artikel is KPN gerechtigd de vaste abonnementskosten over de resterende contractsduur in rekening te brengen.
3. [gedaagde] heeft facturen ter hoogte van € 2.736,89 onbetaald gelaten. In dit bedrag is
€ 918,66 aan vergoeding voor voortijdige beëindiging begrepen.
4. KPN heeft de overeenkomst op 22 oktober 2008 ontbonden.
5. Lindorff heeft de vordering van KPN op [gedaagde] van KPN gekocht en [gedaagde] daarvan schriftelijk op de hoogte gesteld.
De vordering
Lindorff vordert (samengevat) veroordeling van [gedaagde] tot betaling van € 3.362,55, bestaande uit een hoofdsom van € 2.736,89 (waarvan € 918,66 aan vergoeding vanwege voortijdige beëindiging), € 90,16 aan wettelijke rente en € 535,50 aan buitengerechtelijke incassokosten. Lindorff legt aan de vordering ten grondslag dat [gedaagde] de overeenkomst met KPN niet is nagekomen door niet aan haar betalingsverplichting te voldoen, zodat KPN de overeenkomst op 22 oktober 2008 heeft beëindigd. Door de voortijdige beëindiging heeft KPN schade geleden; zij begroot deze schade op de vaste abonnementskosten over de resterende contractstermijn. Lindorff heeft kosten moeten maken om de door haar overgenomen vordering te innen. Die kosten wil zij op [gedaagde] verhalen.
Het verweer
[gedaagde] betwist de vordering. Zij voert aan, zo begrijpt de kantonrechter haar verweer, dat zij zich niet kan voorstellen dat zij voor het bedrag dat KPN bij haar in rekening heeft gebracht aan gesprekskosten heeft gebeld of ge-smst.
De beoordeling van het geschil
1. Het gedeelte van de vordering (€ 1.818, 23) dat ziet op de niet betaalde gesprekskosten zal worden toegewezen. [gedaagde] heeft haar stelling dat zij niet voor het bedrag dat KPN bij haar in rekening heeft gebracht heeft gebeld of ge-smst niet nader onderbouwd, terwijl KPN bij repliek onweersproken heeft aangevoerd dat [gedaagde] veelvuldig vanuit het buitenland heeft gebeld en ge-smst, waardoor de hoogte van de kosten wordt verklaard.
2. Het gedeelte van de vordering (€ 918,66) dat ziet op vergoeding vanwege voortijdige beëindiging van de overeenkomst zal gedeeltelijk worden toegewezen. De kantonrechter oordeelt, anders dan in de uitspraak die Lindorff heeft overgelegd van het Gerechtshof Den Bosch, dat een beding, zoals artikel 2:8 van Pro de algemene voorwaarden van KPN, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Die onredelijkheid is hierin gelegen dat [gedaagde] het restant van het abonnement dient te betalen, terwijl [gedaagde] het gebruik van de telefoon moet missen. Daar staat tegenover dat [gedaagde] een gratis toestel heeft ontvangen dat door KPN niet wordt teruggevorderd.
3. Gelet op het voorgaande vernietigt de kantonrechter dit beding (ambtshalve) en zal de kantonrechter omdat [gedaagde] door niet (tijdig) te betalen haar verbintenis niet na is gekomen een redelijke schadevergoeding vaststellen. Bij het bepalen van die schadevergoeding neemt de kantonrechter als uitgangspunt dat de abonnementsprijs kan worden gesplitst in een belcomponent en een toestelcomponent. Over de resterende looptijd zal de belcomponent voor de helft en de toestelcomponent in zijn geheel als schade worden toegekend.
4. Het restant van de toestelwaarde begroot de kantonrechter op € 394,00. [Dit is: de toestelwaarde maal (onbetaalde termijnen/24), in dit geval € 450 maal (21/24) = € 394,00].
5. De helft van de belcomponent begroot de kantonrechter op € 171,00. [Dit is maandtermijn – (1/24 maal de toestelwaarde), in dit geval € 35 – (€ 450/24) = € 16,25. 21 maanden maal € 16,25/2 = € 171,00]. De totale schade stelt de kantonrechter mitsdien vast op € 565,--.
4. De vordering tot vergoeding van de rente ter hoogte van € 90,16 zal als onweersproken worden toegewezen. De vordering tot vergoeding van de buitengerechtelijke kosten zal worden toegewezen tot een bedrag van € 100,00. [gedaagde] heeft weliswaar de verschuldigdheid op grond van de overeenkomst niet betwist, maar er zijn termen aanwezig om ambtshalve tot matiging over te gaan. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] omdat deze in het ongelijk wordt gesteld.
De beslissing
De kantonrechter:
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling aan Lindorff van € 2.573,39 te vermeerderen met de wettelijke rente over € 2.473,39 vanaf de dag van de dagvaarding tot aan de dag van de algehele voldoening;
- veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de proceskosten, die aan de kant van Lindorff tot en met vandaag worden begroot op de volgende bedragen:
dagvaarding € 75,75
vastrecht € 208,00
salaris gemachtigde € 350,00
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
- wijst af het meer of anders gevorderde.
Dit vonnis is gewezen door mr. W. Aardenburg en uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum.