ECLI:NL:RBHAA:2010:BL5978
Rechtbank Haarlem
- Verzet
- Rechtspraak.nl
Onverschuldigde betaling en goede trouw bij verduisterde gelden op bankrekening partner
In deze zaak vordert Keja Donia B.V. terugbetaling van ruim €90.000 die haar voormalig werknemer, [A], onrechtmatig van haar bankrekening heeft overgemaakt naar de bankrekening van zijn partner, [gedaagde]. Deze partner had het geld gebruikt voor huishoudelijke uitgaven en de aankoop van een massagesalon. Keja Donia ontdekte de fraude, ontsloeg [A] op staande voet en deed aangifte.
Na een verstekvonnis waarin [gedaagde] en [A] hoofdelijk werden veroordeeld tot terugbetaling, stelde [gedaagde] verzet in. Zij voerde aan dat zij te goeder trouw was bij ontvangst van de betalingen, omdat zij van [A] had gehoord dat hij recht had op de bedragen. De rechtbank oordeelt dat deze goede trouw niet aannemelijk is, omdat [gedaagde] wist dat grote bedragen op haar rekening werden gestort en zij geen onderzoek heeft gedaan naar de herkomst.
De rechtbank benadrukt dat het begrip goede trouw in artikel 6:204 lid 1 BW Pro niet van toepassing is wanneer de ontvanger wel degelijk weet van de betalingen, maar slechts betwist dat deze onverschuldigd zijn. De omstandigheden verschillen wezenlijk van eerdere jurisprudentie waarin rekeninghouders onwetend waren over frauduleuze stortingen. Het verzet wordt daarom ongegrond verklaard en het verstekvonnis bekrachtigd.
Uitkomst: Het verzet van [gedaagde] wordt ongegrond verklaard en het verstekvonnis bekrachtigd tot terugbetaling van ruim €90.000.