ECLI:NL:RBHAA:2010:BL0633
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M. Flipse
- R.M. Flohil
- C.A.M. van de Rest-van der Heijden
- Rechtspraak.nl
Uitleg facultatief verrekenbeding en alimentatie bij echtscheiding met vaststelling hoofdverblijfplaats minderjarige
De rechtbank Haarlem behandelde een echtscheidingszaak waarin partijen gehuwd waren onder huwelijkse voorwaarden met een facultatief verrekenbeding. De partijen verschilden van mening over de uitleg van dit beding, waarbij de vrouw aanspraak maakte op verrekening en de man zich daartegen verzette. De rechtbank concludeerde dat, gezien het ontbreken van bewijs en nadere toelichting, de tekst van het beding leidend is en dat de vrouw geen aanspraak kan maken op verrekening.
Daarnaast behandelde de rechtbank het pensioenverweer van de vrouw, die verzocht de echtscheiding pas uit te spreken na het treffen van een passende pensioenvoorziening. Dit verweer faalde omdat onvoldoende aannemelijk was dat het pensioenvooruitzicht van de vrouw ernstig zou worden aangetast. De echtscheiding werd daarom uitgesproken.
De rechtbank stelde de hoofdverblijfplaats van de minderjarige dochter bij de vrouw vast, oordeelde over het voortgezet gebruik van de echtelijke woning en bepaalde alimentatieverplichtingen. De man werd veroordeeld tot betaling van een bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van het kind van € 765 per maand en een partneralimentatie van € 9.600 bruto per maand aan de vrouw, met jaarlijkse indexering.
De rechtbank oordeelde dat de man onvoldoende inzicht had gegeven in zijn draagkracht en dat dit voor zijn rekening en risico komt. De behandeling van de verdeling van de huwelijkse voorwaarden en de verkoop van de woning werd aangehouden voor verdere behandeling.
Uitkomst: De rechtbank wijst de echtscheiding toe, verwerpt verrekening op grond van het facultatief verrekenbeding en legt alimentatieverplichtingen op aan de man.