ECLI:NL:RBHAA:2009:BK5401
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.E.A. Toeter
- T. Avedissian
- L.M. Kos
- Rechtspraak.nl
Veroordeling minderjarige voor opzettelijke brandstichting met verminderd toerekeningsvatbaarheid
Op 11 februari 2009 stichtte de minderjarige verdachte opzettelijk brand in een pand van de Zeilmakerij en Tuigerij Zuiderzee BV te Volendam door lampolie over een bank te gooien en een brandend stuk plastic daarop te werpen. Hierdoor vatte de bank vlam en ontstond een grote brand die ook het naastgelegen pand van het bedrijf KIVO bedreigde, waar brandbare materialen lagen opgeslagen. De brandweer voorkwam ternauwernood brandoverslag.
De rechtbank achtte bewezen dat verdachte het brandende plastic met opzet op de met olie overgoten bank gooide, ondanks zijn verklaring dat dit per ongeluk gebeurde. Diverse getuigen verklaarden dat verdachte vooraf sprak over het in brand steken van het pand. De rechtbank oordeelde dat verdachte niet samen met anderen het feit in vereniging pleegde.
Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met de verminderd toerekeningsvatbaarheid van verdachte vanwege ADHD, zijn jeugdige leeftijd, het ontbreken van eerdere politiecontacten, en zijn vrijwillige behandeling bij een jeugdpsychiater. De rechtbank veroordeelde verdachte tot twee maanden voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 100 uur, waarbij niet-naleving leidt tot 50 dagen jeugddetentie. Daarnaast werd een bijzondere voorwaarde opgelegd tot contact met Bureau Jeugdzorg voor begeleiding.
De rechtbank benadrukte de ernst van het feit en het grote gevaar voor personen en goederen, maar vond de opgelegde straf passend gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee maanden voorwaardelijke jeugddetentie met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 100 uur wegens opzettelijke brandstichting met verminderd toerekeningsvatbaarheid.