ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ3500
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.H.L.C. Bijvoet
- Rechtspraak.nl
Toepassing alleenstaande ouderkorting bij betwisting gemeenschappelijke huishouding
Eiseres, ongehuwd en moeder van twee kinderen, voerde beroep tegen de weigering van de Belastingdienst om haar de alleenstaande ouderkorting toe te kennen over het jaar 2006. De kern van het geschil betrof de vraag of zij een gemeenschappelijke huishouding voerde met de heer C, die op hetzelfde adres stond ingeschreven. Verweerder stelde dat sprake was van een gemeenschappelijke huishouding, terwijl eiseres dit betwistte en stelde dat zij een huurovereenkomst met de heer C had gesloten.
De rechtbank stelde vast dat eiseres aannemelijk had gemaakt dat geen sprake was van een gemeenschappelijke huishouding. Dit bleek onder meer uit het feit dat zij en de heer C afzonderlijk boodschappen deden, geen gezamenlijke huishoudpot hadden en hun maaltijden apart gebruikten. Daarnaast betaalde de heer C een huur van € 100 per maand voor het gebruik van een slaapplaats in de woonkamer en gedeelde voorzieningen, wat de rechtbank als een zakelijke huurovereenkomst beschouwde.
Op basis van deze feiten concludeerde de rechtbank dat eiseres voldeed aan de voorwaarden van artikel 8.15 Wet IB 2001 en derhalve recht had op de alleenstaande ouderkorting. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het eerdere besluit en veroordeelde verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: Eiseres krijgt toepassing van de alleenstaande ouderkorting toegekend wegens het ontbreken van een gemeenschappelijke huishouding met de heer C.