ECLI:NL:RBHAA:2009:BI1720
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.J. Medze
- Rechtspraak.nl
Afwijzing naturalisatie wegens ernstige vermoedens van gedragingen volgens artikel 1 F Vluchtelingenverdrag
Eiser heeft een verzoek tot naturalisatie ingediend dat door verweerder is afgewezen op grond van ernstige vermoedens dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan gedragingen genoemd in artikel 1 F van het Vluchtelingenverdrag, wat een gevaar voor de openbare orde zou vormen. Dit besluit is gebaseerd op een algemeen ambtsbericht over Afghanistan uit 2000, waarin wordt gesteld dat personen die als officier bij de Khad/WAD hebben gewerkt, zich prima facie schuldig maken aan dergelijke gedragingen.
Eiser betwist dit en voert aan dat het ambtsbericht ongenuanceerd is, dat de gedragingen meer dan zestien jaar geleden zouden hebben plaatsgevonden en dat hij in Nederland als eerzaam ondernemer functioneert zonder strafbare feiten. Verweerder stelt dat er op grond van de Rijkswet op het Nederlanderschap (artikel 9 lid 1 onder Pro a) en de Handleiding voor de toepassing van deze wet ernstige vermoedens bestaan die afwijzing rechtvaardigen.
De rechtbank overweegt dat verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat er sprake is van bijzondere omstandigheden die een gevaar voor de openbare orde opleveren. De algemene beginselen van behoorlijk bestuur en de hardheidsclausule (artikel 10 RWN Pro) bieden geen grond om van het beleid af te wijken. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het naturalisatieverzoek wordt ongegrond verklaard vanwege ernstige vermoedens van gedragingen als bedoeld in artikel 1 F van het Vluchtelingenverdrag.