ECLI:NL:RBHAA:2008:BH5028

Rechtbank Haarlem

Datum uitspraak
19 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
AWB 07/5425
Instantie
Rechtbank Haarlem
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 Keur Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen keurontheffing aanleg kavelscheidingssloot

Eiseres was het niet eens met een keurontheffing die de aanleg van een kavelscheidingssloot tussen haar perceel en dat van een buur betrof. Het hoogheemraadschap had op aanvraag van de Landinrichtingscommissie ontheffing verleend voor diverse inrichtingswerkzaamheden, waaronder het dempen en graven van sloten.

Hoewel eiseres geen bezwaar had gemaakt tegen het besluit, stelde zij beroep in tegen de ontheffing. Tijdens de procedure gaf de Landinrichtingscommissie aan de betreffende sloot niet aan te leggen en dit ook aan de betrokken partijen te hebben meegedeeld. Hierdoor concludeerde de rechtbank dat eiseres geen procesbelang meer had bij haar beroep.

Daarnaast wees de rechtbank op een procedurele onzorgvuldigheid van verweerder, die ondanks het ontbreken van een bezwaar van eiseres toch een beslissing op bezwaar had toegezonden en gewezen had op de mogelijkheid van beroep, wat misleidend was. Daarom werd verweerder gelast het betaalde griffierecht te vergoeden.

De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk en gelastte de vergoeding van het griffierecht. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Haarlem op 19 december 2008.

Uitkomst: Het beroep van eiseres werd niet-ontvankelijk verklaard wegens gebrek aan procesbelang en het griffierecht werd aan haar vergoed.

Uitspraak

RECHTBANK HAARLEM
Sector bestuursrecht
zaaknummer: AWB 07 - 5425
uitspraak van de meervoudige kamer van 19 december 2008
in de zaak van:
[eiseres].,
gevestigd te [woonplaats],
eiseres,
tegen:
het college van dijkgraaf en hoogheemraden van het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier,
verweerder,
derde partij,
de landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling De Gouw.
1. Procesverloop
Bij besluit van 13 december 2006 heeft verweerder op aanvraag van de Landinrichtingscommissie voor de ruilverkaveling De Gouw, onder meer ontheffing verleend van het bepaalde in artikel 15, onder a, b en h van de Keur van het Hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier 2006 (hierna: de Keur) voor het uitvoeren van diverse inrichtingswerkzaamheden - waaronder het dempen, graven en verbreden van sloten, het plaatsen van pompen en het wijzigen van waterpeilen in de gemeente [woonplaats] (in het gebied dat wordt begrensd door de A.C. de Graafweg, ’t Zwet/Molensloot, Grote Zomerdijk, Kerkweg, Verlengde Kerkweg en Nieuweweg) -overeenkomstig de bij het besluit behorende tekeningen.
Eiseres heeft geen bezwaar aangetekend.
Op 5 juni 2007, verzonden bij brief van 22 juni 2007, is een beslissing op bezwaar genomen.
Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 1 augustus 2007, aangevuld bij brieven van 19 oktober 2007 en van 27 maart 2008, beroep ingesteld.
Verweerder heeft op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.
Bij brief van 29 februari 2008 heeft de derde partij zijn standpunt uiteen gezet.
Op 27 maart 2008 heeft eiseres nadere stukken ingediend.
Het beroep is behandeld ter zitting van 18 september 2008, alwaar namens eiseres is verschenen [naam]. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. M. Bregman, J. Zijp en R. Wagenaar, allen werkzaam bij het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier. Namens de derde partij zijn verschenen A.I.L. Rennings, werkzaam bij de Dienst Landelijk Gebied, en B. Hakvoort, voorzitter van de Landinrichtingscommissie.
2. Overwegingen
2.1 Eiseres kan zich met het bestreden besluit niet verenigen, voor zover het ziet op de aanleg van een kavelscheidingssloot tussen haar perceel en het perceel van [naam].
Reeds voor de behandeling van het beroepschrift heeft de derde partij besloten de betreffende sloot niet aan te leggen en de overige partijen hiervan op de hoogte gesteld. Ter zitting is namens de derde partij nogmaals de toezegging gedaan dat de betreffende sloot, zoals weergegeven op de bij deze uitspraak gevoegde tekening, niet op basis van de onderhavige ontheffing zal worden gerealiseerd. De rechtbank komt tot de conclusie dat eiseres onder die omstandigheden niet langer een procesbelang heeft. Het beroep dient derhalve reeds hierom niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2.2 De rechtbank constateert voorts dat verweerder, ondanks het feit dat eiseres geen bezwaarschrift heeft ingediend tegen het besluit van 13 december 2006 , de beslissing op bezwaar heeft toegezonden aan eiseres en in de begeleidende brief heeft gewezen op de rechtsmiddelenclausule onder het besluit. Nu verweerder daarmede de indruk heeft gewekt dat beroep bij de rechtbank mogelijk was, hetgeen bij gebreke van een bezwaarschrift van eiseres niet het geval was, acht de rechtbank termen aanwezig om verweerder te gelasten het door eiseres gestorte griffierecht te vergoeden.
3. Beslissing
De rechtbank:
3.1 verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
3.2 gelast dat het hoogheemraadschap Hollands Noorderkwartier het door eiseres betaalde griffierecht van € 285,- aan haar vergoedt.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I.M. Ludwig, voorzitter van de meervoudige kamer, en mr. A.C. Terwiel-Kuneman en mr. drs. L. Beijen, rechters, en op 19 december 2008 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. D. Krokké, griffier.
afschrift verzonden op:
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, Postbus 20019, 2500 EA Den Haag. Het hoger beroep dient te worden ingesteld door het indienen van een beroepschrift binnen zes weken onmiddellijk liggend na de dag van verzending van de uitspraak door de griffier.