ECLI:NL:RBHAA:2008:BH1561
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inhouding dividendbelasting op uitkeringen aan Canadese moedervennootschap
Eiseres, een Nederlandse vennootschap, heeft in 2005 drie dividenduitkeringen gedaan aan haar 100% aandeelhouder, een in Canada gevestigde moedervennootschap. Verweerder heeft dividendbelasting ingehouden en geweigerd deze terug te betalen. Eiseres betoogt dat de inhouding in strijd is met het EG-Verdrag, omdat de voorwaarden van de Wet op de dividendbelasting discriminatoir zijn jegens moedervennootschappen uit derde landen.
De rechtbank stelt vast dat de aandeelhouder geen vaste inrichting in Nederland heeft en dat de vrijstellingen van artikel 4 en Pro 4a van de Wet niet van toepassing zijn. De rechtbank overweegt dat de beperking van kapitaalverkeer door de dividendbelasting binnen de werkingssfeer van de vrijheid van vestiging valt, omdat de aandeelhouder beslissende invloed heeft op eiseres.
Op basis van een arrest van de Hoge Raad wordt geoordeeld dat toetsing aan artikel 56 EG Pro niet aan de orde is, omdat de beperking voortvloeit uit een beperking van de vrijheid van vestiging. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek tot vernietiging van de aanslag af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de inhouding van dividendbelasting.