ECLI:NL:RBHAA:2008:BG3303
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Evenredige toerekening latente belastingschulden bij successierecht bedrijfsopvolging
Eiseres maakte bezwaar tegen een aanslag successierecht na het overlijden van haar echtgenoot, waarbij zij toepassing vroeg van de bedrijfsopvolgingsregeling (b.o.r.). De kern van het geschil betrof de wijze waarop latente belastingschulden moesten worden toegerekend aan de geconserveerde waarde van het ondernemingsvermogen.
De rechtbank stelde vast dat verweerder de latente belastingschulden niet correct had toegerekend, omdat deze volgens eiseres en de parlementaire geschiedenis van de wet evenredig over de voorwaardelijk onbelaste en belaste delen van de geconserveerde waarde moesten worden verdeeld. Verweerder had deze latenties 'aan de top' toegerekend, wat de rechtbank onjuist achtte.
De rechtbank oordeelde dat de latente belastingschulden ook bij de waardering van de onderneming in mindering moeten worden gebracht en dat de wetgever geen aanwijzingen geeft voor een andere toerekening dan evenredig. De aanslag werd daarom verminderd en de uitspraak op bezwaar vernietigd.
Daarnaast werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters van de rechtbank Haarlem op 20 oktober 2008.
Uitkomst: De aanslag successierecht wordt verminderd tot € 7.065 en de uitspraak op bezwaar vernietigd.