ECLI:NL:RBHAA:2008:BG1587
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Chr.Th.P.M. Zandhuis
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dubbele heffing vermogensrendementsheffing na verkoop eigen woning
Eiser verkocht zijn eigen woning op 30 november 2005 en belegde een deel van de opbrengst in effecten. In zijn belastingaangifte werd de woning tot die datum als eigen woning in box 1 belast en het belegde deel als vermogen in box 3. Eiser stelt dat hierdoor dubbele heffing optreedt omdat het belegde deel niet tijdsevenredig wordt meegenomen in box 3.
De rechtbank onderzoekt of de wettelijke bepalingen omtrent de berekening van de rendementsgrondslag in strijd zijn met het discriminatieverbod uit artikel 26 IVBPR Pro en artikel 14 EVRM Pro. Hierbij wordt de ruime beoordelingsvrijheid van de wetgever op fiscaal terrein benadrukt. De Hoge Raad heeft eerder geoordeeld dat het niet rekening houden met het moment van verkrijging van bezittingen bij de rendementsberekening geoorloofd is.
De rechtbank oordeelt dat de dubbele heffing voortvloeit uit het systeem van gescheiden boxen en de gekozen methode van gemiddelde rendementsheffing, en dat dit geen ongelijke behandeling zonder redelijke grond oplevert. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard. Er worden geen proceskosten toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag gehandhaafd.