ECLI:NL:RBHAA:2008:BE9489
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Voorlopige voorziening tegen verlaging WWB-uitkering wegens vermeend tekortschieten
Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen het besluit van verweerder om zijn WWB-uitkering over augustus en september 2008 met 100% te verlagen vanwege weigering passend werk. Verzoeker betwistte de feiten en stelde dat de maatregel een zware inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer vormt en dat de procedure niet zorgvuldig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat niet vaststaat of sprake is van verwijtbaar gedrag dat een maatregel rechtvaardigt. Zowel verzoeker als verweerder hadden zich mogelijk vergist in de arbeidsmogelijkheden van verzoeker, mede gelet op eerdere medische en arbeidsdeskundige adviezen. Ook was onvoldoende onderzocht welke gevolgen de maatregel voor verzoeker zou hebben.
De rapportage waarop verweerder zich baseerde, bood zonder nadere onderbouwing geen toereikende grondslag. Gezien de belangen en de onzekerheid over de feiten en gevolgen, werd de voorlopige voorziening toegewezen en het besluit geschorst tot zes weken na de beslissing op het bezwaar. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot verlaging van de WWB-uitkering wordt geschorst tot zes weken na de beslissing op het bezwaar.