ECLI:NL:RBHAA:2008:BE9170
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J. Snitker
- R.G. Kemmers
- C.J. Hummel
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen aanslag inkomstenbelasting wegens niet aannemelijk gemaakte geldleningen
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag inkomstenbelasting 2003 en de daarbij opgelegde verzuimboete. Hij stelde dat de gestorte bedragen op zijn bankrekeningen leningen van vrienden en familie waren en dat hij een geldlening had verstrekt aan een besloten vennootschap (D BV). De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs heeft geleverd voor deze stellingen, mede omdat hij en zijn getuigen vanwege een tegen hen lopende strafvervolging geen volledige openheid wilden geven.
De rechtbank verwierp het bewijsaanbod van eiser om met getuigenverklaringen alsnog bewijs te leveren, omdat de betrokken advocaat dit had afgeraden. Verweerder mocht daarom schattenderwijs het inkomen vaststellen en een deel van de gestorte bedragen als inkomen aanmerken. Ook de vermeende vordering op D BV werd niet erkend wegens gebrek aan bewijs en het ontbreken van jaarstukken.
De rechtbank concludeerde dat eiser de bewijslast niet heeft voldaan en dat de aanslag en boete terecht zijn opgelegd. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep tegen de aanslag inkomstenbelasting 2003 wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende bewijs van leningen en vorderingen.