ECLI:NL:RBHAA:2008:BD5329
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Uitleg testament en gevolgen dwaling in objectief recht bij huwelijk in gemeenschap van goederen
Bij testament van 29 augustus 1980 benoemde erflaatster haar broer tot enig erfgenaam. Later trouwde zij in gemeenschap van goederen met gedaagde. Na haar overlijden aanvaardde eiser de nalatenschap beneficiair. Gedaagde betwistte de aanspraken van eiser op grond van de uitlegging van het testament en stelde dat erflaatster niet had voorzien dat het testament zou blijven gelden na het huwelijk.
De rechtbank oordeelde dat de bewoordingen van het testament duidelijk en slechts voor één uitleg vatbaar zijn, namelijk dat eiser als enig erfgenaam is benoemd. De omstandigheden dat erflaatster niet had gedacht aan een toekomstig huwelijk en dat het testament niet voor die situatie was geschreven, doen hieraan niet af.
Gedaagde stelde dat erflaatster had gedwaald in het objectieve recht doordat zij ten onrechte aannam dat het huwelijk het testament buiten werking stelde en daarom het testament niet had herroepen. De rechtbank vond deze stelling voldoende onderbouwd en oordeelde dat het in strijd met redelijkheid en billijkheid is om de rechtsgevolgen van het testament in stand te houden.
Daarom wees de rechtbank de vorderingen van eiser af en verklaarde voor recht dat eiser aan het testament geen rechten kan ontlenen. De proceskosten werden gecompenseerd wegens de familierelatie tussen partijen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van eiser af en verklaart dat eiser aan het testament geen rechten kan ontlenen wegens dwaling van erflaatster in het objectieve recht.