ECLI:NL:RBHAA:2008:BD4854
Rechtbank Haarlem
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst strandperceel wegens betalingsachterstand niet toewijsbaar in kort geding
De huurder exploiteert sinds 2003 een strandpaviljoen op een gehuurd perceel strandgrond van de gemeente Zandvoort. Door aanzienlijke betalingsachterstanden ontstond een conflict over de ontbinding van de huurovereenkomst. De gemeente sommeerde betaling en ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk.
De huurder probeerde de onderneming te verkopen en stelde een opvolgende huurder voor, maar de gemeente weigerde medewerking. De gemeente vorderde ontruiming van het gehuurde, terwijl de huurder stelde dat de ontbinding en ontruiming onrechtmatig en in strijd met redelijkheid en billijkheid waren.
De rechtbank overweegt dat de huurovereenkomst niet onder de wettelijke huurbescherming valt, maar dat de belangen van de huurder vergelijkbaar zijn met die van een middenstandsverhuurder. De gemeente had de huurder redelijke gelegenheid moeten geven een opvolger aan te dragen. De wijze van ontbinding acht de rechtbank onaanvaardbaar en wijst de vordering tot ontruiming af.
De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten. De vorderingen van de huurder in reconventie worden eveneens afgewezen wegens gebrek aan belang. De uitspraak is gedaan door rechter A.H. Schotman op 19 juni 2008.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens onaanvaardbare wijze van ontbinding door de gemeente.