ECLI:NL:RBHAA:2008:BC7556
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen schenkingsrecht bij renteovereenkomst in afwijking van testamentaire ouderlijke boedelverdeling
In deze bestuursrechtelijke zaak staat centraal of het aangaan van een renteovereenkomst tussen de langstlevende echtgenote en de kinderen, waarbij wordt afgeweken van een renteloze ouderlijke boedelverdeling in het testament van de overledene, leidt tot het verschuldigd zijn van schenkingsrecht. De rechtbank stelt vast dat het testament is opgesteld onder het oude erfrecht, maar dat het nieuwe erfrecht van toepassing is op de ouderlijke boedelverdeling, tenzij het overgangsrecht anders bepaalt, wat hier niet het geval is.
De rechtbank benadrukt dat het nieuwe erfrecht en de fiscale regelgeving naadloos op elkaar moeten aansluiten en dat de contractvrijheid tussen langstlevende en kinderen het mogelijk maakt om een renteovereenkomst te sluiten die afwijkt van het testament. De rechtbank concludeert dat de ouderlijke boedelverdeling in het testament inhoudelijk overeenkomt met de wettelijke verdeling volgens het nieuwe erfrecht.
Vervolgens oordeelt de rechtbank dat een renteovereenkomst die binnen acht maanden na het overlijden wordt gesloten, fiscaal gelijkgesteld wordt aan een verkrijging krachtens erfrecht en daarom niet leidt tot schenkingsrecht. De aanslagen schenkingsrecht worden vernietigd en het beroep van eisers wordt gegrond verklaard. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van eisers.
Uitkomst: De aanslagen schenkingsrecht worden vernietigd omdat de renteovereenkomst binnen de wettelijke termijn is gesloten en fiscaal als verkrijging krachtens erfrecht wordt behandeld.