ECLI:NL:RBHAA:2008:BC4743
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.J. Leijdekker
- R.H.M. Bruin
- J.H. Hoekstra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling toepassing artikel 10d Wet Vpb bij renteaftrek en groepsbegrip
Eiseres, een holding met preferente aandelen in bezit van D B.V. en gewone aandelen van C B.V., betwist de toepassing van artikel 10d Wet Vpb op haar renteaftrek over een schuld aan D B.V. De rechtbank stelt vast dat hoewel eiseres gebruik maakt van de vrijstelling voor kleine rechtspersonen en geen geconsolideerde jaarrekening opstelt, dit niet uitsluit dat er een groepsverband bestaat tussen eiseres en C B.V.
De rechtbank volgt de uitleg van het groepsbegrip zoals neergelegd in artikel 24b van boek 2 BW en de Richtlijnen voor de jaarverslaggeving, waarbij feitelijke zeggenschap en economische belangen doorslaggevend zijn. De feitelijke situatie toont aan dat C B.V. beleidsbepalend is voor eiseres, ondanks formele zeggenschap door D B.V.
Verder wordt geoordeeld dat voor toepassing van artikel 10d Wet Vpb niet vereist is dat de rentebetaler en renteontvanger een groepsrelatie hebben, maar wel dat sprake is van verbonden lichamen conform artikel 10a, vierde lid, Wet Vpb. Dit is hier het geval omdat D B.V. 93,02% van het kapitaal bezit.
De stelling van eiseres dat preferente aandelen als een lening met 5% rente moeten worden gezien en dat daardoor geen verbonden lichamen zijn, wordt verworpen. Ook het argument van een ongerechtvaardigde dubbele heffing wordt niet gevolgd, omdat de wetgever bewust geen uitzonderingsregeling heeft opgenomen.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de aanslag met een correctie van € 47.712 aan niet aftrekbare rente.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag met correctie van niet aftrekbare rente wordt bevestigd.