ECLI:NL:RBHAA:2008:BC2895
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- J.L. Bruinsma
- J.M. van Kempen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlengde navorderingstermijn en boetes in Rekeningenproject buitenlandse vermogensbestanddelen
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de navordering van inkomsten- en vermogensbelasting over meerdere jaren centraal, waarbij eiser bezwaar maakte tegen de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar en de opgelegde boetes en verhogingen. De Belastingdienst had navorderingsaanslagen en vergrijpboetes opgelegd wegens het niet opgeven van buitenlandse bankrekeningen en de daarbij behorende inkomsten.
De rechtbank overweegt dat de verlengde navorderingstermijn niet in strijd is met het EG-verdrag, omdat deze gerechtvaardigd is door de noodzaak belastingontduiking via buitenlandse vermogensbestanddelen te bestrijden. De stelling van eiser dat het verstrekken van gegevens over buitenlandse rekeningen een vrijwillige verbetering van de aangifte zou zijn, wordt verworpen omdat deze gegevens pas werden verstrekt nadat de Belastingdienst het vermoeden had van onjuistheden.
Verder wordt het beroep op bewijsuitsluiting en het verbod van zelfincriminatie afgewezen, omdat de belastingplichtige pas na kennisgeving van het voornemen tot boeteoplegging niet meer verplicht was verklaringen af te leggen. De rechtbank acht de boetes passend, maar vermindert de verhogingen voor de jaren 1992 en 1993 wegens overschrijding van de redelijke termijn. De overige aanslagen en boetes worden gehandhaafd. De rechtbank veroordeelt de Staat tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De navorderingsaanslagen en boetes worden grotendeels gehandhaafd, met vermindering van verhogingen voor 1992 en 1993 wegens overschrijding van de redelijke termijn.