ECLI:NL:RBHAA:2007:BJ5443
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen ondernemerschap bij tijdelijke stillegging tijdens wethouderschap
Eiser, een vrij gevestigd architect, bracht een pand en de daarop rustende hypotheekschuld in zijn onderneming in en claimde een verlies uit onderneming in 2002. Tijdens dat jaar was hij wethouder, waardoor hij zijn architectenactiviteiten tijdelijk stillegde. De rechtbank stelde vast dat eiser vanaf het begin van zijn wethouderschap in mei 2002 tot maart 2004 geen ondernemersactiviteiten ontplooide en pas in 2006 weer actief werd als ondernemer.
De rechtbank oordeelde dat het stilleggen van de onderneming niet kan worden gezien als een tijdelijke onderbreking vergelijkbaar met een sabbatical, omdat eiser bewust geen opdrachten aannam en geen activiteiten ontplooide. Ook het argument dat het wethouderschap zelf als ondernemingsactiviteit kon gelden, werd verworpen.
Gelet op de omzetgegevens en het ontbreken van daadwerkelijke activiteiten in 2002, concludeerde de rechtbank dat er in dat jaar geen sprake was van een onderneming in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001. Daarom was het terecht dat de Belastingdienst het pand en de hypotheekschuld als bezittingen en schulden in box 3 heeft aangemerkt en het verlies uit onderneming niet in aanmerking nam.
De rechtbank wees het beroep ongegrond en legde geen proceskostenveroordeling op. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard; het pand en de hypotheekschuld zijn terecht in box 3 belast.