ECLI:NL:RBHAA:2007:BC9822
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. van Kempen
- J.L. Bruinsma
- R.G. Kemmers
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslagen wegens niet opgegeven buitenlands vermogen in Duitsland
Eisers, de erven van X en Y, maakten bezwaar tegen navorderingsaanslagen IB/PVV over 1993 en 1994 wegens niet opgegeven buitenlands vermogen bij de Deutsche Bank in Zwitserland. De Belastingdienst baseerde de aanslagen op inlichtingen van Duitse autoriteiten en een redelijke schatting van het vermogen en de inkomsten.
Eisers voerden aan dat zij geen inzage kregen in de gegevens waarop de aanslagen waren gebaseerd en betwistten de toerekening van het vermogen aan X en Y. De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst niet verplicht was vooraf onderzoeksgegevens te verstrekken en dat eisers onvoldoende aannemelijk hadden gemaakt dat het vermogen niet aan hen toebehoorde.
De rechtbank achtte de schatting van het buitenlandse vermogen en de inkomsten redelijk, mede gelet op de toelichting van verweerder en het ontbreken van tegenbewijs. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslagen IB/PVV 1993 en 1994 wordt ongegrond verklaard en de aanslagen worden gehandhaafd.