ECLI:NL:RBHAA:2007:BC4402
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.M. van Amsterdam
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep tegen afgifte VAR en uitleg bevoegdheid Inspecteur
Eiser heeft begin 2006 een verzoek ingediend voor een Verklaring Arbeidsrelatie (VAR) waarin zijn inkomsten als winst uit onderneming zouden worden aangemerkt. De Inspecteur gaf op 9 maart 2006 een VAR af waarin de opbrengst werd aangemerkt als resultaat uit overige werkzaamheden. Eiser maakte bezwaar en stelde beroep in tegen deze beslissing.
Na het instellen van het beroep diende eiser een tweede verzoek in met geflatteerde cijfers om alsnog een VAR te verkrijgen waarin de inkomsten als winst uit onderneming werden aangemerkt. Verweerder gaf op 16 augustus 2006 op basis van dit tweede verzoek een VAR af in de door eiser gewenste vorm.
De rechtbank oordeelt dat nu eiser de gewenste VAR heeft ontvangen, hij geen belang meer heeft bij het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk. Tevens overweegt de rechtbank dat de Inspecteur niet verplicht is zonder nader onderzoek de VAR in de door de aanvrager gewenste vorm af te geven, maar zelfstandig moet beoordelen op basis van de fiscale feiten en omstandigheden.
De rechtbank wijst erop dat het aankruisen van een vakje op het aanvraagformulier onvoldoende is voor het verkrijgen van een VAR in die vorm. Ook de wensen van potentiële opdrachtgevers zijn niet beslissend. Indien het beroep ontvankelijk zou zijn geweest, zou het ongegrond zijn verklaard. Er wordt geen schadevergoeding toegekend en ook geen proceskostenveroordeling opgelegd.
De uitspraak is gedaan op 15 juni 2007 door de rechtbank Haarlem, sector bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de afgifte van de VAR wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser inmiddels de gewenste VAR heeft ontvangen.