ECLI:NL:RBHAA:2007:BC0765
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.J. Roke
- E. Polak
- L.G. Jobse
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navordering douanerechten wegens onjuiste aangiften en directe vertegenwoordiging
Eiseres, handelend onder eigen naam, heeft in de periode 2001-2003 douaneaangiften gedaan voor verschillende ondernemingen binnen een concern, waarbij zij stelde als directe vertegenwoordiger te hebben opgetreden. De Belastingdienst/Douane stelde echter vast dat de aangiften onjuist waren omdat zij niet voldeden aan de voorwaarden van de vergunning passieve veredeling en dat eiseres niet voldeed aan de vereisten voor directe vertegenwoordiging volgens het Communautair Douanewetboek (CDW).
De rechtbank stelde vast dat eiseres de aangiften onder eigen naam had gedaan en niet als vertegenwoordiger van een ander, mede omdat zij niet de juiste codes en namen in de aangiften had vermeld. De douane had de aangiften gecontroleerd en stilzwijgend geaccepteerd, maar dit kon niet worden opgevat als een vergissing die tot het afzien van navordering zou leiden.
De rechtbank oordeelde dat de navorderingen terecht waren en dat de douane niet in strijd had gehandeld met beginselen van behoorlijk bestuur. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard. Tevens werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De beroepen van eiseres tegen de navorderingen van douanerechten worden ongegrond verklaard.