ECLI:NL:RBHAA:2007:BC0420
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- A.A. Fase
- T.A. de Hek
- Rechtspraak.nl
Geen toepassing van de terbeschikkingstellingsregeling bij intentie zonder feitelijke terbeschikkingstelling van vermogensbestanddeel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen een aanslag inkomstenbelasting voor het jaar 2002, waarbij de inspecteur het belastbaar inkomen heeft vastgesteld op basis van een lening en een winkelunit die eiser beoogde aan een vennootschap ter beschikking te stellen.
De kern van het geschil betreft de vraag of het negatieve saldo van rente en depotrente als inkomsten uit terbeschikkingstelling van vermogensbestanddelen (TBS-regeling) moet worden aangemerkt. Eiser stelde dat de lening en winkelunit in privé aan een aanmerkelijkbelangvennootschap ter beschikking stonden, terwijl verweerder dit ontkende.
De rechtbank overweegt dat de TBS-regeling volgens de parlementaire toelichting pas van toepassing is indien een vermogensbestanddeel de facto ter beschikking wordt gesteld aan een vennootschap. Enkel de intentie om een vermogensbestanddeel ter beschikking te stellen is onvoldoende. Gezien de feiten is vastgesteld dat in 2002 geen feitelijke terbeschikkingstelling heeft plaatsgevonden.
Daarom zijn de bepalingen betreffende winst uit onderneming niet van toepassing en wordt het beroep ongegrond verklaard. De rechtbank wijst de proceskostenveroordeling af en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof Amsterdam.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard omdat geen feitelijke terbeschikkingstelling van een vermogensbestanddeel heeft plaatsgevonden.