ECLI:NL:RBHAA:2007:BB5410
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek urgentieverklaring en voorlopige voorziening wegens ontbreken dringende noodzaak tot herhuisvesting
Verzoeker diende een aanvraag in voor een urgentieverklaring omdat hij zijn dienstwoning per 30 september moest verlaten. De gemeente wees dit af omdat de situatie van verzoeker niet voortvloeit uit medische of psychosociale klachten gerelateerd aan de woning, maar enkel uit het verlaten van de dienstwoning.
Verzoeker stelde dat sprake was van een levensbedreigende of maatschappelijk onaanvaardbare situatie en dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn belangen. Ook voerde hij aan dat de hardheidsclausule toegepast had moeten worden en dat er sprake was van opgewekt vertrouwen omdat hem een woning was aangeboden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat geen sprake was van een situatie die urgentie rechtvaardigt volgens de Huisvestingsverordening. De hardheidsclausule kon niet worden toegepast omdat verzoeker sinds 2004 wist dat hij de woning moest verlaten en onvoldoende inspanningen had verricht om alternatieve woonruimte te vinden. Het beroep op opgewekt vertrouwen faalde omdat er geen feiten of omstandigheden waren die dit aannemelijk maakten.
Het verzoek tot voorlopige voorziening, het opleggen van een dwangsom en het verstrekken van voorschotten werden afgewezen. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak stond geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening en urgentieverklaring wordt afgewezen wegens het ontbreken van een dringende noodzaak tot herhuisvesting.