ECLI:NL:RBHAA:2007:BB0998
Rechtbank Haarlem
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening bijstand illegaal verblijvende vreemdelingen
Verzoekers, illegaal in Nederland verblijvende vreemdelingen, dienden aanvragen in voor een bijstandsuitkering die door het College van Burgemeester en Wethouders van Haarlem werden afgewezen op grond van het ontbreken van rechtmatig verblijf en het niet naleven van de inlichtingenplicht.
De verzoekers stelden dat zij op grond van internationale verdragsbepalingen recht hebben op bijstand en dat eerst de formele afwijzingsgrond (gebrek aan legitimatie) beoordeeld moest worden. De voorzieningenrechter oordeelde dat het spoedeisend belang aanwezig was, maar dat het verzoek om een voorlopige voorziening niet kon worden toegewezen omdat de primaire afwijzingsgrond – het ontbreken van rechtmatig verblijf – niet ter discussie stond.
De rechtbank verwees naar vaste jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en het koppelingsbeginsel in de WWB, dat geen bijstand verleent aan vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf. Verzoekers konden geen bewijs leveren van hun staatloosheid of volledige medewerking aan vertrek, waardoor geen uitzondering op de hoofdregel werd gemaakt.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de complexe verdragsrechtelijke vraag niet in deze voorlopige voorziening kon worden beantwoord en wees het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat verzoekers geen rechtmatig verblijf hebben en geen uitzondering op de koppelingswetgeving geldt.