ECLI:NL:RBHAA:2007:AZ9308
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling dagenbreuk en belastingheffing bij toepassing belastingverdrag VS-Nederland
Eiser, een werknemer van een Amerikaans bedrijf, was per 1 september 2001 uitgezonden naar Nederland en woonde daar sindsdien. Voor het jaar 2002 werd een navorderingsaanslag inkomstenbelasting opgelegd gebaseerd op een berekening van het belastbare inkomen waarbij een dagenbreuk werd toegepast. Eiser betwistte de wijze van berekening, met name de toepassing van de dagenbreuk na brutering en de kwalificatie van bepaalde vergoedingen als belastbaar loon.
De rechtbank stelde vast dat op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en de Verenigde Staten het inkomen alleen in Nederland belast mag worden voor het deel dat betrekking heeft op in Nederland verrichte arbeid. Daarbij moet het loon naar rato van de in Nederland gewerkte dagen worden berekend volgens de methode van de Hoge Raad (23 september 2005, nr. 40.179). De rechtbank verwierp het standpunt van eiser dat deze methode niet op hem van toepassing zou zijn of dat toepassing ervan terugwerkende kracht ten nadele van hem zou hebben.
De rechtbank oordeelde dat de dagenbreuk op dezelfde wijze dient te worden toegepast voor buitenlands belastingplichtigen als voor binnenlands belastingplichtigen en dat het beroep op interne compensatie slaagt. De navorderingsaanslag is niet te hoog vastgesteld. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de navorderingsaanslag wordt ongegrond verklaard.